Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarnaast echter staat het feit, dat bij makrosmatische zoogdieren, zooals konijnen, katten of honden zijn, een zeer omvangrijk rhinencephalon met een belangrijken lobus piriformis bestaat. Men is wel gedwongen te onderstellen, dat een bepaald frontaal gedeelte van het striatum dezer dieren bij hen evenzeer afhangen moet van deze geweldige hersenmassa. Maar juist die hersenmassa is bij den mensch in sterke mate gereduceerd. Makrosmatische zoogdieren bezitten dus in de frontale afdeeling van het striatum iets wat bij den mensch in sterke mate gereduceerd is, terwijl zij daarin het specifiek menschelijke gedeelte missen. De nucleus accumbens septi, bij de makrosmatische zoogdieren groot, bij den mensch klein, ofschoon niet ontbrekend, is een deel van dit striatum-gedeelte, maar niet het eenige.

Aan den anderen kant is er ook waarschijnlijkheid, dat zoowel bij den mensch als bij andere zoogdieren een ander deel van het striatum, zij het dan het occipitaal geplaatste gedeelte ervan, wel met elkander vergelijkbaar zal zijn, al is ook dit deel bij de zoogdieren zeer vereenvoudigd. Ten einde dit in het licht te stellen, moeten wij beginnen met de bespreking van dat gedeelte van het striatum, dat door Kappers met den naam van archi-striatum is aangeduid. Bij den mensch is dit de nucleus amygdalae en daarheen gaat ook bij den mensch een niet omvangrijke straling uit het rhinencephalon, die er langs het, bij den mensch kleine, parietale gedeelte der commissura anterior wordt heen geleid.

Ook het konijn en de makrosmatische zoogdieren bezitten iets dergelijks. Wanneer men de plaats van den menschelijken nucleus amygdalae bepaalt, dan ziet men die kern door bepaalde bundels (fig. 618) begrensd. Uit die figuur ervaren wij, dat de commissura anterior er met haar parietalen tak, dorsaal overheen loopt, dat zij dorsaal van den onderhoorn, eventueel van den Ammonshoorn is gelegen en dat de fimbria fornicis en de tractus opticus aan de mediale zijde der kern geplaatst zijn. De nucleus amygdalae ligt dan ventraal van het occipitale gedeelte der lenskern.

Beziet men dan bij de makrosmatische zoogdieren, b.v. bij het konijn, horizontale doorsneden door de hersenen, dan vindt men daar, reeds in zeer basaal vallende sneden (b.v. fig. 645 A), dorsaal van den onderhoorn van den zijventrikel en van den Ammons-hoorn, een ver occipitaal geschoven stuk van het striatum. Dit stuk wordt van de hersenschors afgescheiden door een smallen band van witte stof, dien men een capsula externa zou kunnen noemen, wanneer hij niet van uit de corona radiata, hier in hoofdzaak de optische straling, in occipito-frontale richting liep, dus in omgekeerde richting als bij den mensch, maar hij eindigt tegen het parietale stuk der commissura anterior cerebri. Mediaal wordt dit stuk door de fimbria fornicis van den Ammons-hoorn en door den tractus opticus begrensd. Deze betrekkelijk groote kern, die in veel opzichten gelijkt op het meer frontaal gelegen striatum, beantwoordt in plaats eenigermate aan den nucleus amygdalae van den mensch. Aanvankelijk beantwoordt die kern dus aan de amandelkern en in de eerste doorsneden (fig. 645 Am.) is zij ook met den naam van amandelkern aangeduid.

Sluiten