Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij zullen echter weldra zien, dat deze kern maar kort met den nucleus amygdalae is gelijk te stellen en meer dorsaal door de lenskern wordt vervangen.

Het konijn bezit slechts een zeer kleinen nucleus amygdalae, maar daarnevens strekt zich het striatum zeer ver in occipitale richting uit. Bovendien gaan er bij de makrosmatische zoogdieren belangrijke basale reukstralingen uit, die zoowel naar de frontale afdeelingen van het striatum, als naar het occipitale stuk er van gaan (fig. 645 B en C).

Bij experimenteele behandeling van het striatum van konijnen zal men er dus rekening mee moeten houden:

1. dat zij in het frontale, om en nabij den ventriculus olfactorius gelegen gedeelte van het striatum, een van het rhinencephalon afhangend gedeelte bezitten, wat bij den mensch een zeer gereduceerd gedeelte is en bij de makrosmatische zoogdieren een vermoedelijk belangrijke rol speelt, van welke wij ons geen voorstelling kunnen maken.

2. dat er bij hen daarentegen in het frontaal gelegen striatum-deel iets moet ontbreken, wat in samenhang met het voorhoofdsgedeelte der menschen-hersenen is ontwikkeld, en bij den mensch overheerscht.

3. dat het striatum dezer dieren ver in occipitale richting is verschoven en zich daar als een eigen kern voordoet, die den nucleus amygdalae begeleid, welke bij konijnen en andere makrosmatische zoogdieren zeer klein is en ventraal van de lenskern ligt, die in verband met groote Ammons-hoornformatie sterk en ver occipitaal-waarts is ontwikkeld.

Met deze beginselen van voorzichtigheid voor oogen, zal ik thans beproeven de veranderingen in het striatum van het konijn te beschrijven, die zich voordoen, wanneer bij dit dier bepaalde verbindingen worden doorsneden. Allereerst, wanneer tengevolge van doorsnijding van het tegmentum pedunculi cerebri, een groot deel der verbindingen van het striatum met het caudale zenuwstelsel vernietigd wordt. Het is mogelijk zulk een doorsnijding frontaal van de roode kern te verrichten en men kan bij zulk een experiment al of niet den pes pedunculi sparen.

Dr. Hondelink is zoo vriendelijk geweest deze operatie eenige malen voor mij te verrichten. Zij is eenvoudig genoeg. Na opening van het occipitale gedeelte van het schedeldak, klieft het mesje het temporo-occipitale gedeelte der hemispheer. Het dringt frontaal van het mesencephalon, door het corpus geniculatum mediale heen, den hersensteel binnen. Dan klieft het den hersensteel, zoo mogelijk zonder in de overzijde door te dringen en terwijl de voet van den hersensteel al of niet gespaard blijft.

In fig. 644 is een stereoscopische foto dei' hersenlaesie bij een konijn afgebeeld, waarin de betrekkelijk groote schorswonde zichtbaar is, die bij een dergelijke geslaagde operatie wordt gemaakt. Dientengevolge ziet men dan ook, dat de geheele hemispheer der geopereerde, linker zijde kleiner is dan de rechter en in den bodem der trechtervormige wonde ziet men den Ammonshoorn liggen, van welke het occipitale einde is afgesneden. Het dier heeft ruim 3 maanden na de operatie geleefd.

Sluiten