Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewenscht, om te beginnen met het dorsale veld. dat daarin voorkomt.

Zeer belangrijke celveranderingen kunnen daarin worden vastgesteld en om die toe te lichten, zijn in fig. 658 teekeningen vervaardigd naar celpraeparaten.

In fig. 658 A is terzelfder hoogte als in fig. 657 A de normale zijde van een karmijn-haematoxyline-praeparaat geteekend, dus wederom de formatio reticularis tusschen de naar buiten gaande wortelvezels van den N. facialis en van den N. abducens en wel speciaal een stuk van het dorsale veld van den tractus centralis tegmenti.

De bundels, die grootendeels uit zeer fijne vezels zijn opgebouwd, zijn dientengevolge door de karmijn roze gekleurd en vertoonen een fijne stippeling, waartusschen af en toe het zonnebeeldje van een grootere dwars doorsneden zenuwvezel wordt gevonden. Talrijke vezels, in transversale richting door de grijze strooken loopend, scheiden de vezelbundels van elkander af. In die grijze strooken vindt men dan vrij veel cellen. Sommige dezer cellen zijn zeer groot, staan in grootte stellig niet achter bij die van de kern van D e i t e r s. Zij hebben een groote ovale kern met kernlichaampje en bezitten een groote hoeveelheid intensief rood gekleurd protoplasma, dat door het bezit van lange sierlijke uitloopers, de cel stempelt tot een groote polygonale cel. Deze cellen zijn in fig. 658 A met a aangeduid. Andere cellen, die ofschoon kleiner, nog altijd groot mogen worden genoemd, hebben een groote ovale kern met weinig omgevend en niet vertakt protoplasma (b in fig. 658 A).

Eindelijk ziet men er nog talrijke kleinere, meest pyramiden-vormige cellen. Glia-cellen komen er slechts sporadisch in voor.

Vergelijkt men met dit celpraeparaat een dergelijk uit de symmetrische plaats van het dorsale veld van den tractus centralis tegmenti, gelijk het in fig. 658 B is geteekend, dan wordt er geheel iets anders zichtbaar. De roze gekleurde fijnvezelige bundeltjes zijn stellig veel kleiner dan in de norma; zonnebeeldjes van grootere doorsneden vezels komen er nauwlijks meer in voor. Zij zijn zeer onregelmatig en de transversale vezels, die in de grijze strooken loopen, zijn minder duidelijk, de strooken zelf dunner. Bovendien ziet men er een groot aantal, de haematoxyline intensief opnemende korrels in, vermoedelijk microglia-cellen, die in grooten getale in het gedegenereerde veld zijn gekomen.

Wat echter boven alles treft, is het verlies der zeer groote cellen in het gebied van dit veld. De verspreide groote cellen in het tegmentum zijn in grooten getale te gronde gegaan. Sommige zijn pyknotisch geworden, andere zijn uiteengevallen en korrel hoopjes vormen de plaats, waar eens een groote cel lag. Maar er blijven altijd enkele intacte cellen over.

In enkele sneden is het aantal overgebleven groote cellen van het type a grooter dan in andere. Een telling der groote cellen in een twintigtal op elkander volgende sneden gaf aan de rechter zijde gemiddeld 8.4 cel per snede, aan de linker zijde gemiddeld 4.7 cel per snede.

Sluiten