Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ventraal. Tegen de capsula externa aan ligt het putamen, dat geleidelijk overgaat in den nucleus pallidus, die zich uitbreidt tusschen de vezels van het voorste been der capsula interna en een mozaiek vertoont van vezels en grijze strooken met eigen vezelvlechtwerk.

Men ziet die verandering bij het konijn zich onder zijn oogen voltrekken, maar ook bij den mensch kan men, al zijn de verhoudingen daar veel meer samengesteld, eigenlijk iets dergelijks waarnemen.

Dat treft onmiddellijk, wanneer men de afbeelding van fig. 641 door den pedunculus inferior thalami vergelijkt met die in fig. 042, die door het karnsysteem gaat.

In fig. 642 is het occipitale gedeelte van het striatum geteekend met het kamsysteem als de vertegenwoordiger van de vezelsystemen, die uit het striatum komen of er heen gaan.

In fig. 641 ziet men, hoe zich in het binnenlid van den nucleus pallidus in de machtige lamina medullaris limitans, zich als het ware een nieuwe, nog nauwlijks merghoudende nucleus pallidus heeft gevormd. Ook deze dringt naar de, bij dit nog jonge kind, nog merglooze capsula interna op, maar alles is hier op een veel samengestelder schaal gebeurd, dan bij het veel eenvoudiger gebouwde striatum bij het konijn.

Dit frontale gedeelte van het striatum en bepaaldelijk de hier z.g.n. nucleus pallidus gedraagt zich evenwel tegenover experimenteele ingrepen geheel anders dan het occipitale gedeelte ervan.

\\ anneer men bij het konijn een gedeelte van het rhinencephalon verwijdert, dan gaat in dit gedeelte van den nucleus pallidus de meerderheid der vezels te niet.

Om dit toe te lichten zijn in fig. 663 twee teekeningen van dwarse doorsneden geteekend door het frontale hersengedeelte van het konijn, met rechtszijdige gedeeltelijke rhinencephalon-exstirpatie.

In fig. 663 A ziet men, dat aan de rechter zijde de beide gyri olfactorii met den tractus olfactorius lateralis zijn weggenomen, zonder den ventriculus olfactorn te openen, bij een dier, dat ten naaste bij l1^ jaar heeft geleefd na de operatie. Dientengevolge is een groot deel der ventrale afdeeling van de corona radiata te dezer plaatse teniet gegaan, evenals de tractus olfactorius lateralis (fig. 663 B).

De uitbreiding der operatie-wonde is in fig. 663 A, aan de ventrolaterale zijde der doorsnede duidelijk zichtbaar.

In fig. 663 B ziet men dan, homolateraal aan de operatie, dat het meerendeel der vezels tusschen de strooken van den nucleus pallidus, of als men bever wil, in het medio-ventrale gebied van het voorste been der capsula interna verdwenen zijn.

Hier is dus een voorbeeld, dat een partieele verwoesting der hemispheer en meer bepaald van het rhinencephalon, gevolgd wordt door een sterk vezelverlies in hetgeen men gewoon is nucleus pallidus te noemen.

In het occipitale gedeelte van het striatum vindt men nooit als gevolg

Sluiten