Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komstig met hetgeen bij het menschelijk striatum werd vastgesteld, er volstrekt geen reden bestaat om een samenhang aan te nemen tusschen het kamsysteem en den pedunculus thalami inferior.

Beide stelsels zijn onafhankelijk van elkander. Dit schijnt mij het belangrijkste resultaat van het experimenteele onderzoek te zijn.

Wat nu den nucleus caudatus bij de makrosmatische zoogdieren aangaat, zoo moet worden opgemerkt, dat bij zeer talrijke schorsverwoestingen bij konijnen, honden en katten, ja zelfs bij de wegneming der geheele hemispheer met sparing van het striatum er eigenlijk nooit eenige belangrijke afwijking in het gespaarde striatum is waargenomen. Evenmin in den nucleus pallidus of in het putamen, tenzij dan in de voorste afdeeling ervan, zooals in de vorige bladzijden werd beschreven.

Daarom beschouw ik het striatum als een stelsel, dat onafhankelijk van de schors der hemispheren functioneeren moet.

In alle operaties door Prof. Rade maker verricht, werd, na verwijdering der hemispheer, wanneer het striatum gespaard was gebleven, de nucleus caudatus onveranderd gevonden. Dit is door Raymond Morrison bij den hond afgebeeld.

Voorts acht ik voor deze materie van groot belang het dubbele resultaat dat in de vroeger reeds vermelde experimenten van Kin nier Wilson werd gevonden.

Deze zag:

1. dat een beleediging door electro-caustiek, die beperkt bleef tot den nucleus caudatus, een M a r c h i-degeneratie doet ontstaan in vezels, die zich nooit verder uitbreiden dan tot den nucleus pallidus der geopereerde zijde en deze kern nooit overschrijden.

De nucleus caudatus zendt dus alleen strio-pallidaire vezels uit. Dit resultaat is in overeenstemming met het resultaat bij den mensch, als de nucleus caudatus is verwoest.

Zoodra echter de electro-caustische beleediging den nucleus pallidus raakt, vernietigd werd, kon hij vaststellen:

2. dat met M a r c h i-methode een vezeldegeneratie kon worden aangetoond, die door het veld hx van Forel heen gaat en naar de gelijkzijdige roode kern te vervolgen is en door de commissura praemammillaris heen de middellijn overschrijdt om ook de contralaterale roode kern te bereiken.

Bij die experimenten is echter slechts een gedeelte van den nucleus pallidus vernield geworden en is de volledige uitvoerweg uit den nucleus pallidus niet vernield geworden.

De uitvoerweg uit het striatum wordt echter in hoofdzaak door den nucleus pallidus geleverd.

Gewapend met deze kennis der experimenteele gegevens, moeten wij nu de verbindingen van het striatum bij den mensch weder opvatten.

Sluiten