Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hand, dat dit tweeledig reflexstelsel zich ook in de functie ervan zal moeten weerspiegelen.

Experimentee! heeft Rademaker geleerd, dat de z.g. onthersenings-

stijfheid in exquisiten vorm dan ontstaat, wanneer bij apen, honden, katten

o konijnen een snede het mesencephalon zoodanig doorklieft, dat de roode

-ern van de rest van het caudale zenuwstelsel wordt afgescheiden. Zelfs

an de doorsnijding van de kruising der beide rubro-spinale banen, die stijfheid in het leven roepen.

De roode kern oefent een grooten invloed op den spiertonus uit en Ka de maker deelt in zijn boek verscheidene gevallen mee van oude beleedigmgen, die tot de roode kern waren bepaald gebleven en met stijfheid m de gekruiste ledematen gepaard gingen. Voor de stijfheid, die een gevolg zou kunnen zijn van aandoeningen van het striatum of der hersenschors komen wij hierdoor echter niet verder.

Klinische onderzoekingen hebben gepoogd op dit gebied onze inzichten te verrijken. Vooreerst hebben zij getracht aan te toonen, dat elke aandoening die gepaard gaat mèt een tenietgaan van het pyramiden-systeem - de z «T residu-hemiplegie — een zeer bepaalde groep van verschijnselen omvat waaronder m de eerste plaats een stijfheid in bepaalde spiergroepen (adductoren, flexoren, pronatoren) der extremiteiten.

Ik geef toe, dat een revisie van het begrip der residu-hemiplegie dringend

noodzakelijk is omdat het bewijs nog niet is geleverd, of in gevallen, waarbij

cle vleugelstand der bovenste extremiteit en der flexie-adductie-contractuu-

der onderste extremiteit sterk is uitgesproken, ook niet tevens het striatum

door de aandoening is vernield. Tot zoolang neem ik aan, dat het wegvallen

der pyramide, die tot een residu-hemiplegie voert, de oorzaak wordt der beschreven spierstijfheid.

.••«MT'de kHnische waarnemingen hebben nog in een ander opzicht getracht s ijfheid te verstaan, die onafhankelijk moet zijn van het tenietgaan der pyrannden. Zij kwam voor bij paralysis agitans, als gevolg van post-encephalitische processen, bij de ziekte van W i 1 s o n en bij de pseudo-sclerose van tempellen O p p e n h e i m, alle bij ziekten van het centrale orgaan zonder medelijden der pyramide, bij z.g. extrapyramidale aandoeningen!

Die extrapyramidale stijfheid scheen dan wel afhankelijk te zijn van een ij en van het striatum. Dikwijls echter was extrapyramidale stijfheid vergezeld van bewegingsonrust als beven, rhythmische nevenbewegingen c oreatische en nog hooger gecoördineerde athetotische nevenbewegingen' reiteratie van bewegingen en zelfs tic-achtige handelingen, ofschoon deze' )t wegingsonrust ook herhaaldelijk gezien werd zonder stijfheid en zelfs met vermindering van spiertonus.

Deze stoornissen der motiliteit, die door Cécile en Oscar Vogt als een syndrome van het striatum werden beschreven, moesten ontleed worden en door tal van onderzoekers is die ontleding beproefd.

Den meest juisten en natuurlijken weg voor de ontleding dezer beide

Sluiten