Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en vlak voor de plaats waar het chiasma tegen het diëncephalon rust, bekleedt hij de inbochting die de ventrikel basaal-waarts maakt en waaraan men den naam van recessus prae-opticus heeft gegeven. Dan begint tevens de eerste verbreeding der grijze stof, waardoor zij aan weerszijden met de lamina perforata anterior samenhangt en overgaat in het onder het striatum gelegen veld der regio innominata. Daar is dus de basale grijze wand zeer breed.

Ter hoogte van het chiasma vernauwt zich die wand, maar onmiddellijk daarachter maakt de kamerwand opnieuw een ventraal gerichte uitbochting ■— het infundibulum — die zich tot de achterlob van den hypophysis uitbreidt en er mee samenhangt.

De basale wand bekleedt dit infundibulaire gedeelte met een dikke laag, waar ineen viertal kernen. Onmiddellijk achter het infundibulum in engeren zin volgt de tuber cinereum, die vóór het corpus mammillare is gelegen en het bedekt. Ook deze wordt tot het infundibulaire gedeelte der substantia grisea centralis gerekend en behoort tot de belangrijkste af deelingen van de rondom den 3den ventrikel gelegen grijze stof.

Lateraal door den tractus opticus begrensd, strekt het infundibulaire deel zich uit, tusschen chiasma opticum en corpora mammillaria, die het occipitaal-waarts begrenzen. Dan bedekt het deze beide, tegen de middellijn aangelegen celgroepen, wordt lateraal-waarts door den hypothalamus begrensd, welke uit het veld h2 van Forel, de commissura supramammillaris over de corpora mammillaria heenzendt. Altijd aan den hypothalamus grenzend, gaat de basale wand zeer geleidelijk in den medialen wand van den 3den ventrikel over en vereenigen zij zich gezamenlijk tot de grijze stof rondom den aquaeductus S y 1 v i i.

De mediale wand van den 3den ventrikel reikt veel minder ver naar voren dan de basale wand het doet. Gelijk reeds beschreven werd, wordt het tuberculum anterius thalami er niet door bedekt en zoo ziet men in fig. 615, dat de basale wand, die de commissura cerebri anterior draagt, al is getroffen, terwijl het tuberculum anterius zich pas begint te vormen.

Zelfs als de columna fornicis descendens haar ombuiging begint en mediaal van het geheel gevormde tuberculum anterius ligt (fig. 616), is de mediale wand van het centrale buisgrauw nog niet begonnen. Daarna echter bedekt zij, behalve de mediale vlakte van het tuberculum anterius, ook die van den thalamus. Zij blijft van den thalamus aanvankelijk door de columna fornicis gescheiden. De mediale wand wordt vervolgens door de commissura media cerebri doorbroken en de substantia grisea centralis bedekt dan met een dun laagje de hierin gevonden nucleus reuniens thalami, dorsaal, zoowel als ventraal.

Achter deze commissuur vereenigt zich de mediale wand opnieuw met den basalen. Verder naar achter blijft de mediale afdeeling der substantia grisea centralis v. III van den thalamus gescheiden door den bundel van V i c q d'A z y r, en nog meer caudaal-waarts door den fasciculus retroflexus of den bundel van M e y n e r t, die tevens een scheidingslijn wordt tusschen diëncephalon en mesencephalon.

Sluiten