Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tevens echter wordt deze operatie gevolgd door een stellig vrij omvangrijke atrophie van het meest frontale gedeelte van het rechtsche tuberculum anterius.

In fig. 674 B zijn daarvan een 4-tal praeparaten afgebeeld, ontleend aan een transversale serie doorsneden, van welke er 39 door het tuberculum anterius gaan. Dan verdwijnt het aan weerszijden terzelfder tijd. In fig. 1 verschijnen plotseling de beide kernen van het linker tuberculum, maai eerst in fig. 7 verschijnt het aan de rechter zijde.

Men herkent beiderzijds de grootcellige bijkern, maar de cellen in de linker bijkern en vooral van het mediale meer kleincellige gedeelte zijn meerendeels weggevallen en die welke er nog zijn, zijn ontaard.

Ook de hoofdkern is veel kleiner aan de rechter zijde dan aan de linker. Er zijn daaruit vooral kleine cellen verdwenen en terwijl de linker hoofdkern door talrijke fibrae transferentes wordt doorboord, ontbreken deze vezels bijna volkomen aan de rechter zijde.

Deze vezels komen langs den straks beschreven dorsalen bundel der thalamus-vezels, dus langs de dorsale thalamus-straling en deze is in fig. 16 dan ook links veel dikker dan rechts.

Het verschil tusschen de beide tubercula anteriora is in fig. 31 nog altijd ten nadeele van de linker zijde. Dan echter wordt dit verschil geleidelijk minder duidelijk en in doorsnede 39 eindigt beiderzijds het tuberculum anterius in dezelfde snede.

Summa summarum kan men dus als gevolg eener kleine beleediging van het rhinencephalon, aan de liomolaterale zijde der operatie veranderingen in het tuberculum anterius vaststellen: le. een wegvallen van vezels in den dorsalen bundel der thalamus-vezels en van fibrae transferentes door de hoofdkern; 2e. een belangrijk verlies van cellen, het meest der kleincellige afdeeling der bijkern, en ook in alle gedeelten van de hoofdkern.

Cel- en vezelverlies blijven echter beperkt tot het frontale gedeelte

van het tuberculum.

Belangrijk sterker uit zich deze atrophie van het frontale gedeelte van het tuberculum, wanneer de beleediging van het rhinencephalon gepaard gaat met verwoesting van het daaraan grenzend gedeelte der voorhoofdshersenen van het konijn, ofschoon zij dan wel van denzelfden aard is, en alleen in omvang verschilt.

Ter demonstratie ervan zijn in fig. 675 A, naar foto s van konijnenhersenen, 2 teekeningen afgebeeld, welke wederom eenige maanden na een dergelijke meer omvangrijke operatie gezien zijn. De eene teekening is van de dorsale zijde, de andere van de ventrale zijde gemaakt. Aan de dorsale zijde ziet men, dat aan de linker zijde, bij x, een vrij omvangrijk stuk van het voorhoofdsgebied verdwenen is. De velden 3, 6, 13, 5 en 7 zijn gedeeltelijk weggenomen.

Aan de ventrale zijde ziet men, dat ook hier de tractus olfactorius lateralis verdwenen is en dat de linker lobus piriformis in sterker mate geatrophieeid is. dun in fiff. 674.

Sluiten