Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan dit alles wordt het recht ontleend het rhinencephale en striatale deel van het tuberculum anterius als een deel van den epithalamus afzonderlijk te beschrijven en tegenover de eigenlijke thalamus-kernen te stellen. Daarnevens zijn er verbindingen met de frontale hersenschors, die in de eerste plaats de hoofdkern weder tot de echte thalamus-kernen doet naderen.

Naast dit deel van het tuberculum anterius, dat om de rhinencephale en striatale verbindingen tot den epithalamus behoort, zijn er echter andere kernen, die ongetwijfeld geheel en al tot den epithalamus behooren.

b. Ganglion habenulae en taenia thalami.

Op de ventriculaire vlakte van het diëncephalon loopt dorsaal en mediaal langs den derden ventrikel de habenula of de taenia thalami, die in het ganglion habenulae overgaat.

Deze kern ligt verscholen onder de epiphysis, direct bij de grens van het diëncephalon tegen het mesencephalon.

Maakt men bij een konijn een reeks doorsneden, welke bij het mesencephalon begint, de epiphysis in zich sluit en naar voren toe in het ganglion habenulae eindigt, dan verkrijgt men een overzicht van de verhoudingen, die er bij dit dier in het grensgebied van mesencephalon en diëncephalon bestaan x).

Fig. 679 geeft afbeeldingen van vijf doorsneden door konijnenhersenen, die elkander door dat grensgebied opvolgen.

In fig. 679 A is het achtereinde van de epiphyse geraakt. Deze klier ligt tusschen de beide voorste heuvels van het mesencephalon en rust dorsaal op den bovenwand van den derden ventrikel.

Ventraal van dien ventrikel wordt de commissura cerebri posterior getroffen, welke hier tusschen dien ventrikel en den aquaeductus S y 1 v i i doorloopt.

Op de grens van derden ventrikel en aquaeductus S y 1 v i i treft men een eigenaardige woekering van ependyma-cellen aan, die bij vele zoogdieren en zeer gereduceerd ook bij menschen voorkomt: het subcommissurale ependymale orgaan. Bij den mensch en ook bij het konijn heeft die nieuwvorming van ependyma-cellen waarschijnlijk veel van haar beteekenis verloren, maar bij visschen en bij zoogdieren met lange staarten ontspringen uit deze ependyma-cellen vezelfibrillen, welke met elkander een eigenaardigen draad vormen, midden in de centrale holte van het zenuwstelsel gelegen en daarin tot ver distaal doorloopend over de volle lengte van het ruggemerg. D e n d y en anderen meenen, dat deze z.g. vezel van Reissner eigenlijk met een zenuw

1) Uit den aard der zaak kan ik hier niet ingaan op een specieele beschrijving der epiphyse en de verschillende uitbochtingen van het dak van het diëncephalon in dit grensgebied en dit te eer, omdat daarvan een uitvoerige uiteenzetting is gegeven door Tilney en Warren. (The American Anatomical Memoirs, 1919, No. 9. The morphology and evolutional significance of the pineal body).

Sluiten