Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een deel der taenia thalami (fig. 682. taen. th.) ligt als een nog gesloten bundel langs zijn dorso-medialen wand.

Maar de taenia is ook reeds naar den dorso-lateralen wand doorgedrongen.

Voor zoover er daar ter plaatse nog vezels van den pedunculus conarii over zijn (fig. 682. ped. con.), dan zijn zij zoo ver mogelijk in den lateralen hoek gedrongen. Het is echter zeer twijfelachtig of er van deze opeengestapelde vezelbundeltjes nog wel veel hehooren tot den pedunculus conarii. Want zij zijn, bij het konijn al, veel grooter in aantal, dan de vezels in den pedunculus conarii waren en het is dus veel meer aannemelijk, dat de vezels van dien pedunkel vrij snel in de laterale helft van het ganglion een einde vinden, en vervangen worden door de vezels uit de taenia thalami, die het ganglion van alle kanten dorsaal omhult.

Men ziet verder in fig. 682, dat er nog een derde bundel, de machtigste van allen, aan de ventrale zijde, het ganglion habenulae binnentreedt.

Deze bundel is de fasciculus retroflexus of de bundel van M e y n e r t, die door het, bij het konijn zeer sterk tot ontwikkeling gekomen, ganglion interpedunculare wordt uitgezonden.

Deze bundel zendt aan het ganglion habenulae zijn vezels toe, nadat hij zich eerst heeft uitgebreid tot een breed vezelveld, dat zich langs den geheelen ventralen rand van dit kerncomplex uitstrekt.

Aldus wordt het ganglion habenulae dorsaal omgeven door het vezelveld der taenia thalami, ventraal door het vezelveld uit den fasciculus retroflexus.

Uit dit laatste veld stroomen de vezels in drie stralingen het ganglion binnen.

1. De meest laterale straling gaat in deze snede al spoedig over in een veld van dwars doorsneden bundeltjes, die een tijdlang in den ventro-lateralen wand van het ganglion naar voren loopen. Zij gaat geleidelijk in de laterale afdeeling ervan over (fig. 682. 1.).

2. De centrale straling (fig. 682. 2.) gaat naar het midden van het ganglion habenulae en deelt het in een laterale en een mediale afdeeling.

3. De meest mediale straling (fig. 682. 3.) richt zich naar het mediale gedeelte van het ganglion habenulae, dat in deze snede tot aan de formatio gj isea centralis reikt en meer naar voren door den nucleus peri-ependymalis daarvan blijft gescheiden.

Op die wijze wordt het ganglion habenulae alvast in meer dan één kern verdeeld. Het wordt samengesteld door een complex van kernen, die ieder voor zich verschillend van bouw zijn.

Langs den medialen wand ervan vindt men een sikkelvormige kern, in wier ventrale punt de mediale straling van den fasciculus retroflexus binnentreedt. Zij is de mediale kern (fig. 682. n. med. hab.) van het ganglion, maar zij wordt, wegens de cellen, die haar samenstellen, ook de nucleus parvocellularis habenulae genoemd (zie fig. 683. n. pa. ce. ha.).

De afdeeling van het ganglion habenulae, die lateraal is gelegen van de centrale straling uit den fasciculus retroflexus, is de laterale kern ervan

Sluiten