Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanhangsel van kleinere cellen heeft haar plaats behouden tusschen de zonale thalamus-vezels en dorsale thalamus-straling (n. ant. b.), terwijl de hoofdkern (n. ant. a.) tusschen de voortzetting der dorsale thalamus-straling en de stria medullaris dorsalis thalami wordt gevonden, die haar van de ventrale thalamuskern (n. ve.) afgrenst. De bundel van V i c q d' A z y r, die hier uit het tuberculum anterius ontspringt, deelt de hoofdkern in een groot lateraal en een klein mediaal stuk.

In de hoofdkern is de tusschenstof vee] meer intensief gekleurd, dan in de bijkern het geval is.

Ventraal van de hoofdkern, ingesloten tusschen de stria medullaris dorsalis en de stria medullaris ventralis thalami, ligt de voor het eerst hier aan de voorpool getroffen nucleus ventralis thalami. Hij kleurt zich intensief met carmijn, bevat enkele groote cellen, maar meer nog middelgroote cellen en rust, door de stria medullaris ventralis thalami er van afgescheiden, op de ventrale afdeeling van den nucleus reticularis thalami.

Lateraal van het tuberculum anterius is intusschen de nucleus lateralis thalami gekomen. Deze kern kan men in twee afdeelingen splitsen.

Dorsaal ligt een kern rijk aan tusschenstof, waarin betrekkelijk kleine cellen liggen, die in groepjes van 8—20 bijeen zijn geplaatst. Zij is de dorsale afdeeling (n. lat. a.) der laterale kern. Van de grootcellige kern van het tuberculum anterius wordt zij door een eigen vezelbundel afgescheiden.

De andere, ventrale afdeeling (n. lat. b.) ervan, is veel vezelrijker. Talrijke scheef doorsneden vezelbundels gaan er door heen, de tusschenstof is nog vrij aanzienlijk, de cellen zijn er grooter en liggen verder uiteen dan in de dorsale afdeeling.

De zeer groote cellen, die tusschen deze afdeeling en de hoofdkern van het tuberculum anterius gezien worden, behooren echter niet meer tot dit gedeelte der laterale kern. Zij worden als een eigen kern beschreven.

Daarin worden de grootste cellen, die men in den thalamus kent, aangetroffen. Men noemt haar den nucleus magnocellularis thalami. Hier is de kern slechts door haar meest medialen top getroffen. Ook deze kern is rijk aan tusschenstof.

De volgende doorsnede (fig. 687) welke beschreven wordt, valt occipitaal van fig. 686 en is ter vergelijking geteekend naar een N i s s 1-praeparaat.

Men ziet wederom de capsula interna (fig. 687. c. int.) aan de ventrale zijde in de laterale kern uitstralen. Deze middelste thalamus-straling wordt al zeer spoedig door celrijke reticula onderbroken, welke tegen de laterale kern aan, de dorsale afdeeling der reticulaire kern (n. ret. thal. dors.) vormen.

De capsula interna is echter voor een deel al overgegaan in den pedunculus cerebri (p. ped.) en op dien hersensteel rusten zoowel de centrale afdeeling (n. ret. thal. centr.) als de ventrale afdeeling (n. ret. thal. vent.) der reticulaire kern.

Die reticulaire kern bevat cellen van allerlei grootte, waaronder enkele zeer groote.

Sluiten