Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mediale thalamus-kern, die gevonden wordt als een groote ronde kern (n. med. thal. a.) met middelgroote cellen tusschen tuberculurn anterius en de intermediaire kern langs de mediale thalamus-vlakte. Deze kern zal weldra omvangrijker worden.

Zeer in omvang toegenomen, als men haar vergelijkt met de in fig. 686 beschreven kern, is de ventrale kern van den thalamus (fig. 687. n. ventr. thal.). Zij wordt nog altijd dorsaal door de stria medullaris dorsalis en ventraal door de stria medullaris ventralis begrensd, maar in latero-mediale richting breidt zij zich thans van den nucleus magno-cellularis tot aan den bundel van Vicq d'Azyr uit.

Zij bevat cellen van allerlei grootte, van zeer groote af tot zeer kleine toe en men kan er een drietal afdeelingen in onderkennen.

Allereerst een laterale afdeeling (n. vent. tb. c.), tusschen nucleus magnocellularis en de middelste afdeeling van den nucleus reticularis. Deze afdeeling bevat wel de grootste cellen, die in de ventrale kern voorkomen.

Vervolgens ziet men een mediale afdeeling. Van haar dringt een dorsaal stuk (n. vent. th. 1>.) voor tot aan de mediale kern, en een ventraal stuk (n. vent. th. a.) tot aan den bundel van V i c q d' A z y r, die hier den thalamus van het centrale buisgrauw afscheidt.

In de beide laatst beschreven doorsneden heeft nog een groot gedeelte van het voorste gedeelte van den thalamus gestaan onder den invloed van de dorsale thalamus-straling uit de capsula interna, die in fig. 672 is geteekend, al was de samenhang tusschen die straling en de corona radiata reeds in beide doorsneden niet meer aanwezig. De invloed van de middelste thalamus-straling is uitgekomen bij de vezelvoorziening van de laterale, ventrale en mediale thalamus-kernen, maar op het oogenblik, dat zich de nucleus geniculatus lateralis tegen den lateralen thalamus-rand plaatst, verdwijnt het tuberculum anterius, en dan worden alle op dat oogenblik getroffen kernen uitsluitend door de middelste thalamus-straling van vezels voorzien.

De volgende afgebeelde doorsnede, fig. 688, is ontleend aan een karmijnhaematoxyline praeparaat. Zij treft den thalamus op het oogenblik, dat de dorsale afdeeling van den nucleus geniculatus lateralis (n. gen. th. ext.), rijk aan tusschenstof en middelgroote cellen, zich bij den thalamus voegt, en er den lateralen rand van vormt.

Deze kern wordt vergezeld van een haar dorsaal bedekkende vezellaag, die weldra den dorso-lateralen thalamus-rand zal omgeven en den naam draagt van radiatio optica (rad. opt.).

Te dezer hoogte is de bijkern van het tuberculum anterius reeds verdwenen. Het achterste einde van de hoofdkern (n. ant. th. a.) is juist nog getroffen, maar van een stria medullaris dorsalis thalami is niets meer te vinden. Deze mergstriem loopt ten einde, zoodra de ventrale begrenzing van het tuberculum anterius niet meer noodig is en dit niet meer wordt getroffen.

Daarentegen valt thans de krachtige middelste straling uit de corona radiata door de capsula interna heen, den thalamus binnen (vergelijk fig. 689)

Sluiten