Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar in fig. 687—689 een directe, uit de capsula interna zich in den thalamus voortzettende straling werd gezien, zal in fig. 690, als deze middelste straling voorbij is, de vezelstraling naar de kernen van den thalamus slechts kunnen plaats vinden, nadat de capsulaire vezelbundels eerst een eindweegs in de stria medullaris ventralis thalami, langs den ventralen wand van den thalamus zijn doorgeloopen. Dan echter stralen deze vezels den thalamus binnen en die straling moet dus noodzakelijk een ventrale thalamus-straling zijn. Immers zij wordt opgebouwd uit vezels der capsula interna, welke zijn overgegaan in de stria medullaris ventralis thalami, die de ventrale thalamusbegrenzing vormt. Uit het laterale gedeelte ervan wenden zij zich dorsaal-waarts naar de thalamus-kernen.

Teneinde zich een voorstelling te kunnen maken van deze straling, die kenmerkend is voor het occipitale 3de gedeelte van den thalamus bij het konijn, is fig. 691 geteekend. Zij treft een vezelpraeparaat door een iets meer occipitaal gelegen niveau, maar verschilt in belangrijke mate van de voorafgaande figuur. De thalamus, nu hij niet meer in samenhang is met de hemispheer, is ook hier nog door de radiatio optica bedekt en deze gaat grootendeels in den tractus opticus over. Tegen de middellijn aan vindt men ook hier weer het ganglion habenulae (fig. 691. n. hab.) dorsaal, maar de daaruit ontspringende bundel van Meynert (f. retr.) is een flinke bundel geworden en blijft vergezeld van zijn eigen kern, den nucleus parafascicularis (n. pa. fa.).

De lateraal geplaatste nucleus geniculatus lateralis (n. gen. lat.) is vrij veel in omvang toegenomen, als hij wordt vergeleken met de relatief nog kleine kern, die in fig. 690 gevonden werd. De kern bestaat nog altijd uit een dorsale en een ventrale afdeeling, die beide in een laterale en een mediale kern gescheiden kunnen worden.

Maar de dorsale vlakte van den thalamus, tusschen ganglion habenulae en nucleus geniculatus lateralis in, heeft een sterke vormverandering ondergaan. Op de plaats waar de laterale kern behoorde te zijn, wordt thans een scherp begrensde kern gevonden. Deze kern is het, die door vele schrijvers de nucleus posterior thalami wordt genoemd (n. post. th.).

Wij blijven haar nucleus lateralis noemen. Zij reikt tot aan de radiatio optica, uit welke zij stellig vezels ontvangt. Scherp wordt zij tegen den nucleus geniculatus begrensd.

Ook de nucleus praebigeminalis (n. pr. bi.) is veel grooter geworden en hij maakt een geheel anderen indruk dan in fig. 690, omdat er in zijn mediale gedeelte een groot aantal dwarsgetroffen vezeltjes voorkomen.

De grensscheiding tusschen den nucleus posterior der oudere schrijvers of onzen nucleus lateralis en den nucleus praebigeminalis is zeer weinig scherp, zoo weinig, dat het alleszins begrijpelijk is, dat men in meer occipitale sneden de beide kernen moeilijk meer van elkander kan afgrenzen, gelijk ons straks nog duidelijker zal worden.

Het meest is echter de stria medullaris ventralis thalami (str. me. ve.) veranderd. Deze ontvangt niet langer vezelbundels uit de capsula interna.

Sluiten