Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men ziet dan in fig. G92 den nucleus geniculatus lateralis (n. gen. lat.), die gretig de carmijnkleuring met de tusschenstof heeft opgenomen, onvolledig geteekend. De dorsale af deeling ervan bevat matig groote pyramide-vormige cellen, en wordt evenals de ventrale afdeeling, waarin de cellen kleiner zijn, van vezels voorzien uit de radiatio optica (fig. 692. rad. opt.). Maar tevens ontvangen beide kernen vezels uit de radiatio ventralis thalami (ra. ve. th.), die, ontsprongen uit den lateralen hoek der stria medullaris ventralis (stria medull. ventr.), tusschen den nucleus geniculatus lateralis en den nucleus ventralis dorsaal waarts loopen.

Deze straling geeft spoedig een vezelbundel af, die den nucleus geniculatus lateralis afscheidt van den eveneens onvolledig geteekenden nucleus lateralis thalami en gaat dan verder tusschen deze kern en de ventrale kern.

Deze nucleus lateralis neemt eveneens begeerig karmijn in zijn tusschenstof op, vooral in de nabijheid van den nucleus geniculatus. Hij bevat kleinere pyramide-vormige cellen, die naarmate men den eveneens onvolledig geteekenden nucleus praebigeminalis nadert, weer in groepjes zijn gelegen. Tevens ziet men in deze teekening nog een bundel uit de radiatio ventralis thalami, welke nucleus lateralis en prae-bigeminalis van elkander scheidt.

De radiatio ventralis voorziet verder zoowel den nucleus ventralis als de rest van den nucleus medialis en richt zich naar den nucleus parafascicularis (n. parafascicul.), die rondom den bundel van Meynert (f. retr.) is gelegen.

In het ventrale deel van den thalamus, die hier op den hypothalamus rust, waarin men den nucleus van Luys (n. subth.) herkent, ontwikkelt zich het allereerste begin van den nucleus geniculatus medialis (n. gen. med.), hier nog nauwelijks van den nucleus reticularis te onderscheiden.

In de ventrale kern ziet men cellen van zeer verschillende grootte.

In den ventro-lateralen hoek der kern, met sterk gefingeerde tusschenstof, vindt men zeer groote cellen, die in grootte niet achterstaan bij die welke in den nucleus magno-cellularis worden gevonden. Vandaar worden in dorsale richting deze cellen steeds kleiner. Vooral echter is dit in mediale richting het geval, zoodat de kleinste cellen worden gevonden, daar, waar de nucleus ventralis aan den bundel van Vicq d'Azyr grenst.

In fig. 692 A is echter de nucleus geniculatus lateralis nog eens afzonderlijk geteekend. Hij is afgebeeld in een meer occipitaal niveau, om een beter inzicht in den celbouw dier kern te geven.

De radiatio ventralis thalami (r. opt. ventr.) is er machtig en een vrij stevige bundel ervan begrenst den medialen rand van den nucleus geniculatus lateralis, om over te gaan in de radiatio optica, die den latero-dorsalen thalamus-rand vormt en den nucleus geniculatus lateralis lateraal bedekt. In de kern zelf herkent men de beide dorsale en de beide ventrale onderkernen. De latero-dorsale kern bevat eenige rijen vrij groote cellen, die langs den lateralen rand ervan, vlak onder de radiatio optica worden gevonden en geleidelijk in grootte afnemen. Dan volgen de kleinere cellen, die de mediodorsale kern opbouwen en waaruit ook de latero-ventrale kern is opgebouwd.

Sluiten