Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het punt van duidelijk zien, met uitsparing van het gezichtsveld in de gele vlek.

De localisatie der gele vlek kon dus niet zoo eenvoudig zijn, te meer daar lijders met dubbelzijdige haarden in de achterhoofdskwab volstrekt niet blind waren, maar als door een nauwen koker zagen, terwijl dubbelzijdig het perifere gezichtsveld verdwenen was.

Deze ervaring bracht vonMonakowin verband met de ontwikkeling van het zien. Hij sprak ervan, dat, indien het proces der gezichtswaarneming langzaam werd vernield, zoolang mogelijk de waarneming in het punt van duidelijk zien behouden scheen te blijven. Daarom kon, zoo meende hij, geen sprake zijn van een localisatie der gele vlek. In de zone der gezichtswaarneming moest zij overal vertegenwoordigd zijn.

Ik heb in mijn eerste deel ook dezen strijd beschreven (Deel I, p. 101 etc.), en ik heb mij in dezen strijd weder partij gesteld vóór de opvatting van v o n M o n a k o w. Ik heb deze meening niet weerlegd geacht door de ervaringen, verkregen gedurende den Japan's-Russischen oorlog, welke door Inouye zijn meegedeeld. Evenmin acht ik haar weerlegd door de ervaring opgedaan in den wereldoorlog. Immers schampschoten langs de pool van de achterhoofdskwab, bleken somwijlen gevolgd te worden door het ontstaan van een centraal hemianoptisch skotom.

Dergelijke gevolgen van een zeer heftig trauma behoeven echter boven alles een autoptische controle. Tot nu toe hebben zij deze controle nimmer gevonden. Daarom blijven zij, naar mijn meening, volkomen ongeschikt ter bewijsvoering, dat de gele vlek gelocaliseerd zou zijn in het schorsveld, dat dicht bij de uitwendige verwonding is gelegen. Ik ben op dit standpunt blijven staan, ook toen de algemeene strooming der gedachten zich ten gunste van H e n s c h e n's meening begon uit te spreken en zelfs vonMonakow begon te wankelen.

Met groote vreugde heb ik om die reden de poging begroet, die door Prof. Brouwer en door Prof. Zeeman werd gedaan, om het vraagstuk naar de localisatie der gele vlek van een geheel ander oogpunt uit, te behandelen en opnieuw te bewerken.

Zeeman, de oogheelkundige, was in staat, om op geleide van den oogspiegel, zeer nauwkeurig, plaatselijk bepaalde, omschreven beleedigingen der retina van konijnen, katten en apen te verrichten. Konijnen en katten missen de gele vlek, maar bij den Java-aap (Cynomolgus fascicularis), die een gele vlek bezit, was Zeeman in staat, om haar gedeeltelijk, hetzij in het onderste, hetzij in het bovenste gedeelte, te vernielen.

Door Brouwer werd met behulp van M a r c h i's methode, de plaats vastgesteld, die de, tengevolge dezer beleediging, ontaarde zenuwvezels in nervus, chiasma en tractus opticus innemen. Ten slotte leerden zij een volkomen wetmatige uitbreiding der gelocaliseerde ontaardingsvlekken in den tractus opticus en in den nucleus geniculatus lateralis kennen.

Het resultaat dezer onderzoekingen werd neergelegd in verhandelingen door Brouwer en Zeeman geschreven en in de dissertaties hunner

Sluiten