Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooreerst geeft foto 699 A een afbeelding der dorsale hersenvlakte van dit konijn. Men ziet daar, dat aan de rechter zijde de voorste heuvel van het mesencephalon bloot ligt, niet meer bedekt door de occipitale pool der hemispheer. Deze is verwijderd. Mediaal reikt de verwoesting vrij ver naar voren. De zijdelingsche gedeelten der laesie doen haar door een compensatorische opschuiving der temporale schors, schijnbaar minder omvangrijk voorkomen, dan zij in werkelijkheid is.

Op zich zelf beschouwd zijn dergelijke foto's niet zeer bewijskrachtig, omdat daarin nooit tot uitdrukking komt, hoe groot de verwoesting der corona radiata is, welke bij het pasgeboren dier, uit den aard der zaak, niet is te ontgaan. Vandaar dat de overige, zeer zorgvuldig met het teekenprisma overgetrokken figuren, 699 B-F, hierbij zijn gevoegd.

Men ziet daar, in fig. 699 D. R het begin der vernieling. Een bleeke band in het midden der corona radiata gelegen, vertegenwoordigt de degeneratie van zenuwvezels in de corona aan de rechter zijde, die nog niet onzichtbaar is geworden door den grooten toevloed van andere vezels.

In fig. 699 E. R wordt de corona radiata voor het eerst door het opereermesje geraakt en in fig. 699 F. R is de schors volkomen weggenomen met de onderliggende witte stof, terwijl de Ammons-hoom onverlet is en de kamer niet is geopend. Meer occipitaal-waarts blijft dit zoo en het is onnoodig verder occipitaal gelegen doorsneden over te leggen.

De ervarene ziet dan ook in fig. 699 C. R en vooral in fig. 699 B. R, dat de optische straling, die de meest ventrale en occipitale straling der corona radiata in de capsida interna uitmaakt, geheel verdwenen is en met haar is haar uitstraling in den thalamus en in de radiatio optica in zeer sterke mate gereduceerd.

Van den nucleus geniculatus lateralis, die zooals wij hebben beschreven uit twee dorsale en twee ventrale kernen bestaat, is aan de rechter zijde (fig. 699 C—F) alleen de medio-ventrale afdeeling overgebleven. De overige kernafdeelingen zijn ten naasten bij verdwenen. Evenals von Monakow heb ik de medio-ventrale afdeeling na schorslaesies nimmer zien verdwijnen.

Maar de overige af deelingen van den nucleus geniculatus lateralis zijn, zooals fig. 699 0, D en E leeren, aan de rechterzijde ten naasten bij volkomen verdwenen.

De stelling van von Monakow, dat deze kern voornamelijk een straling uitzendt naar de occipitaal-kwab der hemispheer, is dus stellig juist. Desniettemin moeten hierbij een tweetal opmerkingen worden gemaakt.

1. Het frontale gedeelte van den nucleus geniculatus lateralis heeft alle instralende vezels (fig. 699 C en fig. 699 D. R) verloren en ook alle zich daarin bevindende cellen, en de z.g. radiatio optica is dientengevolge veel smaller geworden. Er komen echter in fig. 699 E. R daarin een groot aantal vezels (cortico-tectale vezels) voor. Er zijn daar nog geen cellen in de laterodorsale kern en daardoor krijgt het den schijn, alsof de cortico-tectale, door dit ganglion heenloopende, vezels met de radiatio optica vereenigd zijn geworden.

Sluiten