Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stralingen uit het parietale of uit het mediale gebied der hemispherenschors zijn evenwel volstrekt intact gebleven. Zij kunnen door de laesie in het temporale gebied der schors ook moeilijk beleedigd worden. Desniettemin worden intensieve veranderingen zichtbaar aan het vooreinde van den thalamus.

Al in fig. /03 B nam men waar, dat de rechter nucleus lateralis, die zich daar mediaal van den nucleus geniculatus lateralis bevindt, kleiner is dan de linker en naarmate men meer frontale doorsneden onderzoekt, neemt deze verandering nog toe.

In fig. /04 A bijv. ziet men aan de rechter zijde (R.), dat zoowel het laterale stuk van den nucleus reticularis als de beide afdeelingen van den nucleus lateralis nagenoeg geheel zijn verdwenen.

De \ ezelstralingen uit de corona radiata, die daar de reticulaire kern doorboren, zijn mager en in die kernen zijn nagenoeg alle vezels weg. Ook is het celverlies in deze kernen zeer groot en men kan dit celverlies nog aantoonen in den nucleus magnocellularis, wiens groote cellen alleen in het meest mediale gedeelte behouden zijn.

Men kan ditzelfde aantoonen in fig. 704 B. Ook daar is nog altijd de straling naar de laterale kern in het dorsale gedeelte veel minder machtig en de laterale kern verkleind, vezel- en celloos. Zelfs begint een lichte atrophie van de ventrale kern op te vallen.

De beleediging van de temporale vlakte der hemispheer leert ons dus kennen een sterke atrophie van den nucleus geniculatus medialis, die overigens niet volkomen te gronde gaat, maar daarnevens een belangrijke atrophie \ an den nucleus reticularis, van den nucleus lateralis en van den nucleus geniculatus lateralis, en een geringere van den nucleus ventralis.

Zetten wij thans alles bijeen, wat uit deze vier experimenten mag worden afgeleid, dan blijkt er uit, dat de grondstelling van vonMonakow ongetwijfeld juist is. In de occipitale hersenen ligt een middenpunt der vezels uit den nucleus geniculatus lateralis en voor de uitzending van schorsvezels naar die kern. Datzelfde geldt zoowel voor de parietale hersenen ten opzichte \ an den nucleus ventralis, als voor den medialen hemispheren-rand ten opzichte van den nucleus reticulo-lateralis en tenslotte voor de temporale hersenen en den nucleus geniculatus medialis.

VonMonako w's onderzoekingen echter vallen in een tijdperk, dat de strijd tusschen Munk en G o 11 z over het bestaan eener localisatiehypothese in de hersenschors nagenoeg op het hoogste punt stond. Munk verdedigde toen, dat een scherpe localisatie van zintuigelijke functies op de hersenschors bestond. Hij had bepaalde, verschillende hersenzones aangewezen voor de plaatsen waar optische, acustische en sensu-motorische impulsen aankwamen.

Goltz had die voorstelling scherp bestreden. Hij had uitgesproken, dat er, naar zijn meening, zelfs geen korrel waarheid in M u n k's uiteenzettingen te vinden was; zelfs al was ten leste door hem toegegeven, dat de

Sluiten