Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hond, na vernieling der achterhoofdshersenen, stellig hemianoptische stoornissen te zien gaf, veel duidelijker, dan wanneer de voorhoofdshersenen verwijderd waren.

In dit stadium gaf von Monakow een anatomisch argument voor de stellingen van M u n k en deze aarzelde niet om er dadelijk (in 1884) ook gebruik van te maken, terwijl von Monakow de aangewezen man was, om het door M u n k bewerkte physiologisch materiaal, anatomisch te onderzoeken.

Maar von Monakow was een zeer voorzichtig man. Terwijl hij zijn conclusies formuleerde, die het argument voor de localisatie-theorie bevatten en aan M u n k in handen gaf in zijn strijd vóór de strenge localisatie-hypothese, sprak hij tevens, gelijk zoo aanstonds zal blijken, als zijn meening uit, dat elke schors-zone van M u n k meer dan één enkele baan opnam.

Wat in de hier beschreven gevallen werd gevonden, leert ons, om het zoo te formuleeren, dat hetgeen er geschiedt, noch volkomen gebeurt volgens de meening van Munk, noch volgens de meening van G o 11 z, maar dat de waarheid tusschen die beide meeningen in is gelegen.

Wat gevonden werd, is in fig. 705 in een schema vereenigd. Het leert ons

I. In het occipitale gedeelte der hemispheer ligt een omschreven zone (licht grijs met n. g. 1. benoemd) voor den nucleus geniculatus lateralis. In het temporale gebied der hemispheer ligt een dergelijke zone (gestippeld met n. g. m. benoemd) voor den nucleus geniculatus medialis. In het parietale gebied der hemispheer ligt een streek (met kringen en n. ve. genoemd) voor den nucleus ventralis. Langs den medialen hemispheren-rand ligt een streek (met kruisen en n. ret. -f- n. la. genoemd) voor den nucleus reticulo-lateralis.

Dit alles is overeenkomstig de meening van von Monakow en schijnt de meening van Munk te ondersteunen.

II. Wordt echter een dezer zones weggenomen, dan wordt niet alleen de kern voor welke het bestemd is tot atrophie gebracht, maar ook andere kernen ondergaan dit lot. In de eerste plaats ziet men bijna elke schorsbeleediging de reticulo-laterale kern veranderen. De nucleus geniculatus lateralis ondergaat ook een atrophie, als de mediale hemispheren-rand of de temporale schors wordt weggenomen en zelfs, maar in geringere mate, als de parietale schors verwijderd wordt. Met andere woorden kan men zeggen: Er ligt om elk dezer zones een uitgebreid schorsveld, van waaruit de betrokken kern nog kan beïnvloed worden. Die velden vloeien zeer geleidelijk uit en zoo is inderdaad de nucleus geniculatus lateralis niet meer te beïnvloeden als de frontale schorsgedeelten worden verwijderd. Om die reden zijn om die zones als middelpunten heen velden geteekend, min of meer willekeurig, daar het een schematische voorstelling geldt. Rondom de grijze zone ligt een door een grijze lijn begrensd veld (n. g. lat. a.), om de gestippelde zone een door een gestippelde lijn begrensd veld (c. g. m. a.), om het middelpunt met kringen een veld (n. ve. a.) door een lijn met kringen begrensd, en om het middelpunt met

Sluiten