Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kiuisen, een streek (n. ret. -(- n. lat. a.) door een lijn met kruisen begrensd. Al die lijnen zijn rondom de middenzones getrokken en al de daardoor ontstane velden verliezen naarmate men zich verder van het middelpunt verwijdert, hun invloed op de kern, welke zij beheerschen. Deze velden grijpen dus ver over elkander heen.

Het wordt aldus begrijpelijk, waarom G o 11 z een strenge localisatie-leer kon bestrijden en toch toegeven, dat er altijd hemianopsie werd gezien bij beleediging der achterhoofdshersenen, en hoogst zeldzaam bij laesies in de frontale hersenen.

Deze eigenaardige verhouding van de thalamus-kernen tegenover de velden op de hersenschors, waarheen hare projectiestelsels gaan, rechtvaardigt nog een andere stelling. Geen enkele zintuigelijke impuls, die in een thalamuskern eindigt en daarin wordt onderbroken, wordt zonder verbinding met een anderen impuls, verder naar de schors gebracht. Wellicht gebeurt het, dat de schors enkele ononderbroken mono-sensorische impulsen ontvangt. Maar uit den thalamus ontvangt de schors grootendeels pluri-sensorische impulsen, Uke zintuigelijke indruk, die door de eindorganen wordt overgebracht op een kern, wordt reeds subcorticaal verbonden met andere deels uit zintuigen, deels uit het eigen lijf afkomstige indrukken. Dit gezamenlijke product is het wat de schors ontvangt.

Bij de \ erwerking der impulsen, die uit de verschillende zintuigen worden aangevoeld, speelt de thalamus een groote rol. Deze kerngroep heeft een bijzondere plaatsing. Vooreerst ligt de thalamus rondom omgeven en innig \ ei bonden met de grijze stof rondom den ventrikel. Reeksen uit de substantia gnsea centralis afkomstige impulsen kunnen over den thalamus heen de schors worden toegeleid.

\ ooi ts is de thalamus het middelpunt, waar de secundaire vezels uit alle zintuigen heengaan. De aldus verkregen impulsen worden met elkander en met die uit de substantia grisea centralis verbonden. Het resultaat dezer associatie bereikt de schors. Dientengevolge ziet men den thalamus als een verbindend middelpunt voor alle zintuigelijke impulsen en voor alle impulsen uit het centrale buisgrauw. Daarin vindt men belangrijke organen.

Infundibulum en tuber cinereus spelen een groote rol bij de regeling dei stofwisseling voor zout, suiker, enz.. Onder omstandigheden kan men van daaruit experimenteel zelfs slaap opwekken. Kortom de elementaire stofwisselingsprocessen, de vegetatieve processen geven langs het centrale buisgrauw hun impulsen naar den thalamus en ontmoeten er de impulsen uit de verschillende zintuigen. De optische impulsen bijv. kunnen er verbonden worden met proprio-receptieve impulsen uit de oogspieren, waardoor een plaatsmerk voor dien impuls wordt voorbereid. Maar zij kunnen ook verbonden worden met impulsen uit het labyrinth, waardoor de verhouding van den optischen impuls tot de houding van het hoofd wordt voorbereid. En zij kunnen verbonden worden met de impulsen uit het centrale buisgrauw, waardoor de verhouding wordt voorbereid tot het geheel der stofwisse-

Sluiten