Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De andere étage, die medio-ventraal in dit veld ligt, wordt opgebouwd door vezels, die, bij deze snee-richting, bijna dwars doorsneden worden.

Zij begeven zich naar het stratum sagittale laterale in de vezellaag, die medio-ventraal van den onderhoorn ligt. Zij zijn bestemd voor de ventiale lip der fissura calcarina en zij komen voort uit de laterale of staartafdeeling van den nucleus geniculatus lateralis (ventrale retina-helft).

Men kan dit alles in fig. 709 goed zien en eveneens ziet men daar, dat dorsaal van het veld van Wernicke, waarin men een straling naar de achterhoofdskwab mag zien, nog een andere straling, en wel de straling naar de slaapkwab (fig. 709. rad. ad. 1. temp.) om den nucleus geniculatus lateralis heenbuigt (bundel van T iirck).

Maar wat men in fig. 708 nog opmerkt, is, dat de nucleus geniculatus lateralis een toevoer uit den lemniscus ontvangt, die langs den ventralen wand van den nucleus geniculatus medialis heenstrijkt en er met den letter x (fig. 708. x.) is aangegeven. Omdat deze kern al een niet onbelangrijken toevloed van lemniscus-vezels krijgt, wordt het waarschijnlijk, dat de straling uit den nucleus geniculatus lateralis naar de hersenschors niet eenvoudig zal wezen. Mocht men vermoeden, dat het veld van Wernicke uitsluitend zou worden gevormd door optische vezels, die in de geniculaire kern waren onderbroken, dan wordt deze meening als te eenvoudig gekenmerkt, want ook de lemniscus zendt vele vezels naar deze kern.

Nog duidelijker zal de samengesteldheid van de occipitale straling blijken in fig. 709. Daarin is een afbeelding gegeven in een ietwat meer naar voren gelegen niveau, ontleend aan een W e i g e r t-praeparaat uit dezelfde serie, aan welke fig. 708 werd ontleend. In fig. 709 wordt echter de commissura posterior getroffen en men ziet daarin tevens, dat de hersensteel (fig. '09. p. ped.) zich in de V a r o I's-brug ontplooit. Voorts ziet men, dat dorsaal van den steel de substantia nigra wordt geraakt en in het stratum intermedium der zwarte kern ontmoet men den latero-pontinen bundel \ an Schlesinger, welker vezels overgaan in het centrale veld van den lemniscus pontis, gelijk wij dat bij de beschrijving der neven-pyramiden uitvoerig hebben vermeld. Men neemt in deze figuur zeer duidelijk de beide étages van het driehoekige veld van Wernicke waar.

Men vindt er de dorsale étage (fig. 709.1. do. W.), welker overlangs getroffen vezels schijnen uit te stralen in den kop van den nucleus geniculatus lateralis. Vervolgens ontmoet men er de ventrale étage (fig. 709.1. ve. W.), welker dwars getroffen vezels het bezwaarlijk maken haar uitstraling in den staart dezer kern te zien. Samen vormen die vezels een oorsprong voor de occipitale schorsstraling (fig. 709. r. ad. 1. occ.).

Dorsaal ervan is nog even in de teekening de temporale schorsstraling (fig. 709. r. ad. 1. temp.) geraakt. Nog verder dorsaal stoot men op den fasciculus fronto-occipitalis tegen de occipitale uitloopers van het putamen nuclei lentiformis, welke echter hier niet meer in de teekening is opgenomen.

De lemniscus uit de V a r o I's-brug (fig. 709. lemn.) ziet men door den

Sluiten