Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. Bijdrage, die de pathologische anatomie van den menschel ij ken thalamus levert tot de kennis van de functie van dit orgaan.

Bezien wij thans iets nauwkeuriger de pathologische anatomie van den menschelijken thalamus, die grooten invloed heeft geoefend op de voorstellingen, die geleidelijk omtrent zijn functie zijn ontstaan, dan moeten wij erkennen, dat die voorstellingen nog altijd verkeeren in een tijdperk van wording.

De menschelijke pathologische anatomie dezer kern doet echter verschillende gezichtspunten kennen. Zij behandelt

1. de studie der aandoeningen van den thalamus, die secundair daarin zijn ontstaan na een lijden van het verlengde merg, hersenschors, corona radiata enz.

2 de studie der primaire aandoeningen van den thalamus, zoowel in verband met de verschijnselen bij de dragers dier afwijkingen waargenomen, als in verband met de secundaire zichtbare gevolgen in andere gedeelten van het centrale orgaan.

1. De studie der afwijkingen in den thalamus secundair aan ander plaatselijk lijden.

Na de voorafgaande paragrafen kan ik hierover kort zijn. De meest belangrijke afwijkingen, die, na beleedigingen in het caudale zenuwstelsel secundair in den thalamus werden waargenomen, zijn vroeger reeds behandeld.

Zoo werd meegedeeld (Deel I, fig. 154, p. 316), dat^vooral de ventrale' kern, maar ook de laterale kern van den menschelijken thalamus veel vezels verloor, als de lemniscus medialis atrophisch was geworden. Het daartoe gekozen voorbeeld was een spleet bij syringo-bulbie, die éénzijdig alle fibrae arcuatae had doorsneden en dientengevolge een volkomen atrophie van alle centripetale vezels in den gekruisten lemniscus medialis had vergprzaakt.

Ook bij het konijn kan men aantoonen, dat dubbelzijdige verwoesting der achterstrengkernen binnen eenige weken gevolgd wordt door een dubbelzijdige degeneratie van den lemniscus medialis, die dan met behulp der M a r c h i-methode kan worden aangetoond.

Omdat dergelijke experimenten niet dagelijks worden genomen, geef ik in fig. 713 een afbeelding van de gevolgen, die tot stand komen als met een fijne naald de streek der kernen van G o 11 en B u r d a c h beiderzijds vernield wordt. Deze operatie werd met een ander doel door Dr. Hondelink verricht. Door Dr. de Klevn werd zij in de K. Ak. v. Wetenschappen medegedeeld en zij is bijna zonder nevenbeleedigingen gelukt, al worden uit den aard der zaak, de aangrenzende tractus spinalis N. V en het corpus lestiforme getroffen. De daaraan beantwoordende degeneraties blijven hier evenwel onbesproken. In fig. 713 is in een reeks doorsneden afgebeeld, op

Sluiten