Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De thalamus vertegenwoordigt echter die samenvoeging op een veel liooger niveau en zij komt duidelijk voor den dag in de astereognosie bij het lijden der latero-ventrale kerngroepen en in de hemianopsie voor vormen bij bepaalde aandoeningen van den n. geniculatus lateralis.

Maar voor andere kernen komen, al blijft dit beginsel bestaan, volkomen nieuwe problemen aan de orde. Zoo bijv. voor de impulsen, die uit de 8ste hersenzenuw omhoog gaan. De oriëntatie, ofschoon voor deze impulsen niet geheel teloor gegaan, treedt op den achtergrond. Daarentegen is de verhouding bijv. van labyrinth-impulsen tot statische of dynamische groepeeringen in het lichaam, als lichaamshouding, staan en gaan, door den arbeid van Magnus, de Kleyn en Rademaker eenigermate toegelicht.

Daaruit weet men, dat dit samengestelde proces, buiten den thalamus om, wordt geleid door impulsen uit labyrinth, proprio-receptieve impulsen, door impulsen uit de lichaamsoppervlakte enz.. Al deze verbindingen worden al ver in de peripherie van het centrale zenuwstelsel voorbereid.

De labyrinth-impulsen oefenen al dadelijk over de kern van D e i t e r s en den vestibulo-spinalen weg een belangrijken invloed op het geheele ruggemerg. Vervolgens worden proprio-receptieve impulsen uit het thoracale merg, over de zuilen van C 1 a r k e en over andere celgroepen, langs de beide spinocerebellaire wegen geleid naar den worm van het cerebellum, waarheen eveneens langs den directen vestibulo-cerebellairen weg van E d i n g e r labyrinth-impulsen komen, welke in dit groote plan van reflex-systemen een rol spelen.

Ook worden er langs den lateralen lemniscus een groot aantal labyrinthaire impulsen naar het mesencephalon geleid. En er gaan uit de formatio reticularis der medulla spinalis en uit die van het tegmentum der medulla oblongata, der V a r o 1's-brug en van den hersensteel, talrijke vezels omhoog naar roode kern en naar het striatum. Al deze onderdeelen nemen deel aan dit groote statische geheel van de lichaamshouding, dat door het striatum er door de schors benut kan worden.

Toch blijft deze zoo samengestelde functie als het staan nog mogelijk, zoolang nog het mesencephalon ongestoord voortbestaat, ook dan nog, als schors, striatum, cerebellum en thalamus er van zijn gescheiden. Het mesencephalon-dier kan „het staan" nog als een geordend geheel volbrengen.

De thalamus oefent, zij het dan slechts middellijk, een zekeren invloed uit om dit geheel dezer, op een zeer hoog niveau zich afspelende, zeer samengestelde bewegings-combinatie.

Men kan, althans in anatomischen zin, het bewijs leveren, dat er in het achterste gedeelte van den thalamus een gedeelte wordt gevonden, welker verwoesting na lang bestaan, zeer omvangrijke veranderingen in de kleine hersenen te voorschijn roept en een belangrijke afwijking te voorschijn brengt in de statiek van het lichaam.

In de eerste plaats komt de invloed, die het bestaan van den thalamus heeft op den bouw van het cerebellum, ter sprake bij een z.g. kleine-hersen-

Sluiten