Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. De vezels in den rechter hersensteel, cortico-pontine zoowel als cortico-spinale banen zijn zeer weinig veranderd. Men vindt hen terug als de onveranderde longitudinale fibrae pontis en als de onveranderde pyramide in de medulla oblongata der rechter zijde. Deze vezelstelsels kunnen derhalve moeilijk verantwoordelijk worden gesteld voor het zeer sterke verlies van cellen m de rechtszijdige kernen der ventrale formatie van de Y a r o 1's-brug.

2. Met de kernen van den rechter thalamus zijn de stralingen in het achterste been der capsula interna voor het grootste deel tenietgegaan. De corticale straling uit den nucleus geniculatus lateralis is niet volkomen vernield ofschoon ernstig beschadigd. Toch verklaart de gezamenlijke vernieling van vezels in het achterste balkeinde en fornix te zamen met de partieele verwoesting der optische straling, voldoende de atrophie der strata sagittalia en der windingen uit de achterhoofdskwab, die belangrijk is.

Te zamen met het verdwijnen van het achterste stuk van den balk maakt het tenietgaan van de temporale (T ü r c k'sche)straling, het volkomen verlies van merg en windingen in de temporale kwab begrijpelijk, evenals het tenietgaan der sensorische pariëtale straling, de sterke atrophie in het merg en in de schors van de pariëtale kwab verstaanbaar doet zijn.

Slechts centrifugale vezels worden er gevonden.

Eerst in den gyrus centralis anterior worden naast onveranderde centrifugale vezels onveranderde cellen van Betz gevonden. Overigens is de voorhoofdskwab en de temporale uncus in veel mindere mate tot atrophie gekomen dan de rest der hersenen.

De atrophie der rechter cerebrale hersen-hemispheer kan dus worden opgevat als een atrophie, die gevolgd is op een 30-jaar lang bestaande vernieling door het experiment der natuur, van alle vezels uit het achterste balkeinde en van de vezels, die uit den thalamus naar de schors gaan of van de schors naar den thalamus.

3. Het cerebellum is met het bloote oog te beschrijven als een atrophie

hnker cerebellaire hemispheer. Nader onderzoek leert echter, dat de intensiteit der atrophie zeer verschillend is verspreid. De volkomen atrophische verandering, waardoor zoowel de lamina granulosa als de cellen van P u r k i n j e ver wenen zijn, is in het voorste gedeelte der kleine hersenen op den vermis overgegaan en omvat daar tevens den lobus quadrangularis in vollen omvang. . leer naar achteren toe wordt de worm en een gedeelte van den lobulus semilunaris superior vrij normaal, maar de lobulus semilunaris inferior, de lobulus bi venter en de tonsilla zijn rechts volkomen geatrophieerd. De flocculus is normaal te noemen. Daarbij is de rechter hemispheer van het cerebellum geenszins normaal te noemen. Ook daar zijn de windingen en de lamellen klein en gapen de groeven. Ook daar zijn op verschillende plaatsen zoowel korreleellen als cellen vanPurkinje verdwenen. Dr.yanAndel heeft m zijn proefschrift die veranderingen op een bepaalde wijze in een schema gebracht en hij heeft, zooals te verwachten was, het celverlies in de rechter -ernen der V a r o 1's-brug, in de rechter onderste olijfkernen en in de linker

Sluiten