Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijstrengkern, afhankelijk gesteld van de bijna volkomen atropine der linker

hemispheer van het cerebellum.

4. De thalamus-af wijking leert ook veranderingen in het caudale zenuwstelsel kennen, bijv. de atropine van den medialen lemniscus met eelverlies in de gekruiste linker achterstrengkernen. Deze atrophie is een z.g. retrograde degeneratie- Retrograde veranderingen ziet men ook in de rechter klemcellige afdeeling der roode kern, in de witte kern van S t i 11 i n g, in den linker bovensten kieine-hersensteel, terwijl er in den linker nucleus dentatus stellig een sterk verlies wordt waargenomen, ofschoon daar geenszins alle cellen zijn verdwenen.

Het moet dus naar mijn meening worden ontkend, dat de wording eener gekruiste atrophie der kleine hersenen in alle gevallen af zou hangen van een primaire atrophie der cerebrale hemispheer.

Deze waarneming maakt dit in hooge mate onwaarschijnlijk, want zij leert: le. dat de hersensteelvezels, de lengtevezels in pons en medulla oblongata ongedeerd waren en 2e. geeft zij een vingerwijzing, dat zoowel de atrophie der gelijkzijdige cerebrale hemispheer, als die der gekruiste kleine hersenen afhankelijk kunnen zijn van een ander lijden, in casu van een primair lijden van den thalamus opticus.

Desniettemin blijven er ook bezwaren bestaan tegen een meening, die tot uitgangspunt neemt, dat het voor het tot stand komen eenei gekiuiste kleine-hersen-atrophie, noodzakelijk is om een weg te volgen, die van den thalamus uitgaat en over de roode kern heen, langs bind-arm en nucleus

dentatus naar de overzijde loopt.

Neemt men aan, zooals het eerst door Mingazzini is beproefd, en in navolging van hem door D e m o 1 e verder is uitgewerkt, dat een reeks op elkander volgende stelsels door retrograde atrophie gesloopt wordt, dan kan men er komen. Men moet dan aannemen, dat achtereenvolgens de reeks aanvoerende stelsels, „roode kern — thalamus", „nucleus dentatus via bindarm — gekruiste „roode kern" en „cerebellaire schors — nucleus dentatus dooi retrograde atrophie worden gesloopt. Al kan men voor een volledige verklaring der gekruiste cerebro-cerebellaire atrophie, de retrograde atrophie niet missen, dan blijft er toch in dien gedachtengang iets onbevredigends.

Toch blijft er nog een andere mogelijkheid. Ook Dr. van Andel schijnt in afwijking van D e m o 1 e dit standpunt in te nemen, als hij den nucleus praebigeminalis een rol doet spelen bij de gekruiste atrophie van het cerebellum.

Van dezen nucleus praebigeminalis weten wij evenwel nog maar zeer weinig.

Door de oudere schrijvers (v. Monakow) was hij, bij het konijn, in 1882 beschreven onder den naam van nucleus posterior. Twintig jaren later, in 1902, werd een deel ervan door Münzer en Wiener als een zelfstandige kern beschreven, geplaatst tusschen nucleus posterior en nucleus geniculatus medialis, en nucleus suprageniculatus genoemd. Zij maakten er opmerkzaam op, dat het niet gelukte, om zelfs na groote schorsverwoestingen, de cellen in die kern teniet te doen gaan.

Sluiten