Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lingsreflexen, ten bate van de lichaamshouding. De rol, die deze impulsen daarvoor spelen is echter onbeteekenend tegenover de proprio-receptieve en labyrinthaire impulsen. Even gering als de rol van deze laatste is ten opzichte van de gnosis, even gering is de rol der gnostische impulsen ten opzichte der lichaamshouding.

Het mesencephalon kan, ook wanneer de groote en de kleine hersenen verwijderd zijn, de lichaamshouding nog bewaren. De hersenschors en het striatum kunnen haar benutten, de kleine hersenen kunnen haar ordenen.

Dank zij den geweldigen arbeid van M a g n u s en zijn school, kennen wij een groot gedeelte der physiologische voorwaarden, die tot het ontstaan der lichaamshouding meewerken, de talrijke instellings-reflexen, waaruit zij wordt opgebouwd, ofschoon de kennis van deze instellings-reflexen aan ons bewustzijn onttrokken is.

Ook over den aard der ordening, die de kleine hersenen bewerken voor de lichaamshouding weten wij heel wat.

Hoe het in anatomischen zin daarbij zou kunnen toegaan heeft J e 1g e r s m a uiteengezet. Hij heeft ons geleerd, op welke wijze wij C a j a I's ervaring over de dubbele innervatie der cellen van P u r k i n j e (direct door klimvezels uit ruggemerg en octavus-kernen, indirect door mosvezels uit de axonen van bepaalde korrelcellen) kunnen benutten.

Proprio-receptieve impulsen uit de extremiteiten gaan, via achterstrengkernen, lemniscus medialis en nucleus ventralis thalami, naar de gekruiste pariëtale hersenschors, terwijl de proprio-receptieve impulsen uit den romp, langs Clarke's zuilen en tractus spino-cerehellaris dorsalis de cellen van P u r k i n j e bereiken, om dan via bind-arm en roode kern, naar de voorhoofdshersenen te gaan.

Volgens Jelgersma zullen deze impulsen met weinig tijdsverschil, ongeveer gelijktijdig in de hersenschors aankomen.

Wanneer de schors een stoot dicteert voor eenige beweging in de extremiteiten, langs den kortsten weg, over de pyramiden der medulla oblongata, zal die stoot altijd gepaard moeten gaan met een andere, die via de nuclei pontis, de gekruiste cellen van Purkinje waarschuwt. Ongeveer terzelfder tijd krijgt die cel uit de periferie bericht van hetgeen er door dien stoot en de gevolgde extremiteiten-beweging in den rompstand is gewijzigd. Het evenwicht van den romp vindt aanpassing aan die wijziging.

Op een dergelijke wijze spelen de cellen van Purkinje een groote rol. Zij zijn middelpunten in het cerebellum. Haar dubbele innervatie stelt deze cellen in staat een groote tijdsbesparing te bewerken. Zij treden in de plaats van hetgeen anders door celgroepen zou moeten worden gedaan.

Het zoogenaamde evenwichts-behoud, het behoud van een correcte lichaamshouding, aangepast aan elke willekeurige handeling is een gebeurtenis, een reeks van aangepaste instellings-reflexen, die volkomen onbewust, autofegulatorisch plaats vindt.

Trouwens ook van de physiologie der lichaamshouding zijn ons door

Sluiten