Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar het midden toe liggen de grootere cellen dichter bijeen en deze celverdichting wordt in ventrale richting sterker; deze celverdichting, die weinig scherp van de omgeving is gescheiden, kan men dan tot een eigen kern verklaren. Men kan haar dan identificeeren met den nucleus tuberis cinerei, ofschoon ik, om niets te praejudicieeren, haar heb aangegeven als nucleus

Fig. 725 A.

Drie doorsneden door de infundibulaire afdeeling der basale substantia grisea centralis van het konijn, ten einde het daar aanwezige celbeeld dezer streek te demonstreeren. A = een snede door de regio infundibularis en het chiasma opticum.

B = een snede door het tuber cinereum en de hypophyse.

C = een snede door het tuber cinereum en de hypophysis nabij het corpus mammillare. (Beschrijving in den tekst).

centralis infundibuli. Ik doe dit, omdat ik meen dat de nucleus tuberis bij den hond een meer laterale plaats inneemt.

In fig. 725 B wordt het tuber cinereum door de snede getroffen. Het chiasma is verdwenen en er voor in de plaats is de tractus opticus gekomen. De hypophysis is aangesneden door haar lobus anterior.

De nucleus supra-opticus ligt thans medio-ventraal van den tractus

Sluiten