Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mammillare toe, terwijl de 20 overige gevallen geen slaapverschijnselen op injecties in andere hersengebieden te zien gaven.

Deze onderzoekingen leerden verder, dat de injecties van kleine hoeveelheden kalium-chloride, in dezelfde streek, opwinding van het dier teweegbrachten, tot epileptiforme angst-reacties toe.

M a r i n e s c o en zijn leerlingen (1929) bevestigden deze waarnemingen en breidden die nog verder uit. Vooreerst zagen zij, dat de exaltatie der katten, na een injectie met kalium-chloride, na eenigen tijd voorbijging en dan eveneens plaats maakte voor slaap. Bovendien was het echter belangrijk, dat polaire galvanisatie van het tuber cinereum na eenigen tijd slaap deed ontstaan, wanneer de anode daarin was gebracht. En zeer spoedig begon men in te zien, dat eenvoudige verwonding van deze streek, voldoende was om slaap te doen ontstaan.

Daarmee zijn wij teruggekeerd tot de experimenteele onderzoekingen van Dubois of nog beter door Dr. Broers verricht. Ik herinner aan diens meening, dat de door hem opgewekte blijvende polyurie, na dubbelzijdige verwoesting van het tuber cinereum, niet de uitdrukking zou zijn van een stoornis in de water-regulatie in het lichaam, maar veeleer zou wijzen op een stoornis in de zout-regulatie daarin. De hormonen in de hypophyse en in haar steel gevormd, zouden het keukenzout in de weefsels gefixeerd houden.

Indien dit zoo is, zou men de vraag algemeener kunnen stellen. Men zou zich kunnen voorstellen, dat de stofwisseling voor vele zouten daar wordt geregeld, te meer, daar R. Dubois betoogt, dat dit centrum voor den slaap, veeleer een centrum is voor respiratie, circulatie en warmte-regulatie en tevens de glycogeen-stofwisseling in de lever regeert, en door auto-narcose van koolzuur zou het in werking worden gesteld.

Men zou dan, zooals D'H e r m i 11 e het uitdrukt, in D e m o 1 e's proeven met twee factoren rekening moeten houden. De eene is een physische gebeurtenis, de verwonding van het tuber cinereum, waardoor de hormoontoegang wordt belet. De andere is een chemische gebeurtenis, de plaatselijke ophooping van calcium-chloride, dat bij gebrek van hormonen niet verwijderd kan worden.

In elk geval is heden ten dage, na de onderzoekingen van D e m o 1 e, Mar ] n e s c o, Hess enz. het bestaan van een slaapcentrum, — als men tenminste bij een zoo eigenaardige localisatie van een regulatorische functie van een slaapcentrum mag spreken — vrij algemeen aangenomen.

Over de wijze, waarop deze regulatie tot stand wordt gebracht, is men echter zeer verdeeld.

Dat de hond, zonder groote hersenen, periodisch tijdvakken van waken en slapen vertoonde, wist men al, sedert G o 11 z den eersten hemispherenloozen hond had laten zien.

Vooral echter was uit P a v 1 o v's onderzoekingen der „voorwaardelijke reflexen gebleken, dat het bestaan dezer reflexen gebonden is aan een intacte hemispheren -sch ors.

Sluiten