Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het diëncephalon echter treden dergelijke verbindingen naar den voorgrond en wel voor elk zintuig op een bijzondere wijze.

1°. de impulsen uit de huidoppervlakte (impulsen voor de waarneming van aanraking van pijn en van temperatuur),. Zij zijn van den beginne af (de huid is het alleroudste zintuig) daar, waar zij in de eindorganen van de huid worden opgevangen in innige verbinding met de impulsen, die uitgaan van de spieren welke de huid bewegen. Lang voordat een otocyste de huidgewaarwordingen komt steunen en eveneens lang voordat een vooruitgeschoven hersenblaas, als oogblaas verdere complicaties stelt, zijn deze huid-impulsen werkzaam.

Schroeder van der Kolk kende een bijzonderheid, die bepaaldelijk aan de uiteinden der extremiteiten geldend was. Hij wist, dat de spieren, die zich bevinden onder een huidstrook, door een bepaalden achterwortel geïnnerveerd, door den voorwortel van hetzelfde segment worden beheerscht en bewogen.

Langs de lange wortelvezels in de achterstrengen gaan, zoo leert ons de waarneming, in de eerste plaats proprio-receptieve impulsen uit de spieren naar de gelijkzijdige achterstreng-kernen en waarschijnlijk gaan er met hen enkele z.g. gnostische tactiele impulsen langs dien weg mede.

Verwoesting der beide achterstreng-kernen geeft verschijnselen van astereognosie aan beide handen, d. w. z. onvermogen om vormen op den tast te herkennen, ofschoon aanraking, pijn of temperatuur daar nog goed of vrij goed worden waargenomen.

Van de achterstreng-kernen uit, gaat het daarin verwerkte, langs den gekruisten lemniscus naar de ventrale thalamus-kern. Aan de hand van een aantal meegedeelde waarnemingen van haarden in den thalamus kon worden afgeleid, dat een aandoening van die kern astereognosie in de gekruiste hand in het leven riep.

Het meerendeel der impulsen van aanraking, pijn en temperatuur bereiken langs een geheel anderen weg de laterale kern van den thalamus. Nadat deze wortelvezels in den achterhoorn zijn onderbroken, gaan zij, via den gekruisten spino-thalamischen weg, door den wand van de gekruiste medulla oblongata heen, over in den lemniscus van E d i n g e r en worden geleid in de laterale thalamus-kern. Deze kern is dikwijls tegelijk met de ventrale kern vernield, wanneer er bij thala mus-haarden astereognosie wordt aangetroffen.

Wat in de ventrale en laterale kernen plaats vindt, kan als een nieuwe impuls, langs den thalamo-pariëtalen weg, naar de wandkwab worden geleid.

Dat, wat in de laterale kern geschiedt, wordt dan op het mediale gedeelte van de wandkwab geworpen, en datgene, wat zich in de ventrale kern afspeelt, op de laterale vlakte van die kwab. Elke onderbreking in een kern opent de mogelijkheid tot een verbinding van den impuls met vezels, die uit andere zintuigen tot dezelfde kern gekomen zijn. De, van den beginne af aan bestaande, nauwe verbinding tusschen tactiele en proprio-receptieve impulsen blijft in

Sluiten