Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lateralen lemniscus, en bereiken het mesencephalon in zijn achtersten heuvel.

Deze labyrinth-impulsen werken samen met proprio-receptieve impulsen, aan welke zij nauw zijn verwant. Zij wekken een geheel van instellings-reflexen, dat wij lichaamshouding noemen. Daaraan is de stand van hoofd en oogen op een vaste wijze gekoppeld. Cerebellum, striatum of cortex cerebri passen de lichaamshouding aan bij het staan, bij het gaan en bij de dexteriteitsbewegingen. De wording van het geheel der instellings-reflexen tot een lichaamshouding, haar aanpassing aan elke verrichte beweging, 't zij staan, gaan of dexteriteits-beweging, blijft geheel en al aan de kennis van ons bewustzijn onttrokken.

Dit kent alleen het eindresultaat van al deze samenwerkingen, de lichaamshouding op een gegeven oogenblik.

Dit geheel van instellings-reflexen wordt, zooals wij gezien hebben, door het mesencephalon beheerd. Het is echter op een geheel andere wijze ingelijfd bij den thalamus als de tactiele en optische impulsen dit zijn.

Van dit geheel ontvangt de temporale schors al zeer weinig. Daarentegen bestaat er een centrifugale weg uit de pariëtale schors naar het achterste deel van den thalamus, naar den nucleus praebigeminalis, welke als een vooruitgeschoven mesencephalon mag gelden. Vandaar, dat deze kern, na verwoesting van de corona radiata geen cellen, maar alleen vezels verliest.

De kennis van de rol, die de labyrinthaire reflexen spelen, de kennis der verwerking er van tot instellings-reflexen en lichaamshouding met het mesencephalon als regelaar van dat alles, de kennis eindelijk, dat dit geheel als middelpunt dienst doet, waaromheen het staan, gaan en alle dexteriteitsbewegingen worden gerangschikt, die kennis is noodzakelijk, wil men verder de rol verstaan, welke door de geluidsgolven, rythmische prikkels uit de buitenwereld, wordt gespeeld.

Vezels uit de cochlea, die in den nucleus ventralis worden onderbroken, worden geleid langs het corpus trapezoides in de laterale afdeeling van den lateralen lemniscus, langs de stria acustica van von Monakow naar diens veld boven den nucleus olivaris superior en vervolgens in de mediale afdeeling van den lemniscus lateralis.

Ook deze vezels maken een deel uit van den grooten weg, dien de labyrinthaire vezels inslaan. Zij blijven echter vezels, die de jongst verkregen impulsen geleiden. Zij dragen bij tot de vorming van soortgelijke instellingsreflexen van imitatie ven aard als den ouderen labyrinthairen impulsen eigen was. Ontstaan uit de in een later ontwikkelingsstadium opgevangen geluidsgolven, verwerken zij deze rythmische impulsen tot imitatieve instellings-reflexen op groepen spieren, die eveneens eerst in een later ontwikkelings-stadium zijn ontstaan. Dit zijn de spieren rondom de keel-, neus-, mondholte. Aldus bewerkstelligen zij als instellings-reflexen de klanken, die zij uit het gehoorde reproduceeren en imiteeren.

Aanvankelijk zijn die klanken ook langs anderen weg, langs emotioneelen

Sluiten