Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woonlijk ook aan den lagen kant, tenzij het primaire proces, dat aan de ziekte ten grondslag ligt, koorts geeft.

Bij het gewone klinische onderzoek zal men in den regel verder geen afwijkingen vinden.

Het aantal onderzoekingen over de grondstofwisseling is niet groot; de uitkomsten worden verschillend opgegeven; de meeste onderzoekers vinden normale of iets te lage waarden (10 a 20 %). Het bloedsuikergehalte is meestal laag, althans aan den lagen kant, en stijgt na adrenaline-inspuiting weinig, zoodat na injectie van 1 a 2 mgr. vaak geen glycosurie volgt en ook na rijkelijk gebruik van suiker blijft de bloedsuikercurve laag en komt het niet gemakkelijk tot glycosurie.

In de slechte perioden is het gehalte aan ureum en aan reststikstof in het bloed verhoogd en blijkt de nierfunctie gestoord, als men ze bepaalt met de concentratie- en "v erdunningsproef van \ olhard of met de urea-clearance methode van van Slijke. De chloorwaarde van het bloed, \ ooral van het plasma, is gedaald, zoo ook de alkalireserve.

Beeds in zijn eerste beschrijving der ziekte in 1855 heeft Addison vermeld, dat bij de obductie haast altijd een dubbelzijdige aandoening van de bijnieren bleek te bestaan. In verreweg de meeste gevallen is dit een tuberculose der bijnieren, minder vaak een kwaadaardig gezwel, hetzij primair, hetzij metastatisch. Als andere oorzaken voor het te gronde gaan van het bijnierweefsel kent men de cirrhose, een eenvoudige atrophie, lues en als groote zeldzaamheid de amyloiede degeneratie.

De gewone gang van zaken zal nu deze zijn, dat men tracht het bestaan van een dezer afwijkingen te bewijzen en dan begint men met de tuberculose als de meest voorkomende; de andere onttrekken zich trouwens aan de herkenning.

De ervaring heeft geleerd, dat de tuberculose der bijnieren nooit de eenige localisatie van den tuberkelbacil is en bij obductie blijken ook in andere organen (vooral mediastinale en periaortale lymphklieren) tuberculeuze

Sluiten