Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anatomische genezing de normale functie terug; ook op deze wijze wordt een tijdelijke verbetering begrijpelijk. Ervaringen bij dieren doen ook denken, dat rudimentaire bijnierweefsels na verlies der bijnieren tot ontwikkeling komen.

Een andere uitzondering op den geleidelijken achteruitgang ziet men soms aan het einde van het ziekteproces. Het kan zeer onverwachts komen tot allerheftigste aanvallen van pijn in den buik (meestal in den bovenbuik), met braken en constipatie en met collaps-verschijnselen, zoodat men het beeld krijgt van de acute peritonitis of van den acuten ileus; deze aanvallen eindigen bijna altijd met den dood.

Andere patiënten sterven b.v. na een overmatige inspanning of ook zonder eenige aanleiding onder het beeld van den zwaren collaps of onder ernstige verschijnselen van het centrale zenuwstelsel (hevige hoofdpijn, deliria, krampen, epileptiforme convulsies en coma) in den tijd van enkele dagen, zonder dat bij de autopsie een anatomisch substraat voor deze symptomen wordt gevonden.

Samenwerking van kliniek en pathologische anatomie heeft ons geleerd, dat de oorzaak van den m. Addisonii moet worden gezocht in te gronde gaan van het bijnierweefsel. De vraag of het te niet gaan van de schors dan wel dat van het merg of van beide noodig is, kan door het ontleedkundig onderzoek niet opgelost worden, omdat beide zijn verdwenen of aangetast. In den beginne heeft men de oorzaak voornameüjk in een aandoening van het merg gezocht, vooral omdat men enkele verschijnselen, n.1. den lagen bloeddruk en de lage bloedsuikerwaarden, en wellicht ook de pigmentatie in goede overeenstemming kon brengen met een te kort aan adrenaline. Adrenalineinspuitingen konden echter den levensduur van dieren, wier bijnieren waren weggenomen niet verlengen, en ondanks vele pogingen werd bij den mensch met adrenaline nooit blijvend gunstig gevolg verkregen.

In de latere jaren is men grooter beteekenis gaan toe-

Sluiten