Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gynaecologische endocrine stoornissen

secemeerend epithelium, welker secreet de klieren doet uitzetten, (fig. 3). Het slijmvlies vertoont de bekende twee lagen: een bovenste compacte laag van groote cellen, de deciduacellen en een onderste laag, waarin de uitgezette klierbuizen, door weinig stroma gescheiden, verloopen, de functionalis.

Wanneer het bij de ovulatie uitgestooten eitje niet bevrucht wordt ontbreken de nieuwe prikkels, die de hypophyse noodig heeft tot instandhouding van een functioneerend corpus luteum; de cellen van het corpus luteum gaan ontaarden en de vorming van het corpus luteum-hormoon houdt op. Onder invloed van dit ophouden van de vorming van het corpus luteum-hormoon en van het follikelhormoon wordt het veranderde baarmoederslijmvlies onder bloeding afgestooten: de menstruatie is begonnen.

Nu de remmende invloed door het corpus luteum-hormoon uitgeoefend, is opgehouden, kan onder invloed van het follikelrijpingshormoon uit de voor kwab der hypophyse een nieuwe follikel zijn cyclischen loop weer beginnen. (fig. 4).

De cyclische veranderingen in het baarmoederslijmvlies, die eindigen met het onder bloeding afstooten van dit slijmvlies, zijn dus afhankelijk van de vorming van twee hormonen in den eierstok, waarvan één het follikelhormoon (menformon), door het groeiende blaasje van de Graaf gevormd, in de eerste helft van den cyclus den groei van het slijmvlies veroorzaakt en het andere, het corpus luteumhormoon in de tweede helft de secretie-verschijnselen in het baarmoederslijmvlies beheerscht. De vorming van beide eierstokshormonen is op hun beurt weer afhankelijk van de afscheiding door de voorkwab van de hypophyse van twee gonadotrope hormonen, het follikelrijpings- en het luteiniseeringshormoon.

MENSTRUATIESTOORNISSEN I. Amenorrhoe, Oligomenorrhoe, Hypomenorrhoe

Wanneer bij een vrouw in den geslachtsrijpen leeftijd de menstrueele bloeding of in het geheel niet optreedt, öf, na eenigen tijd normaal verschenen te zijn, gedurende meerdere maanden of voor goed wegblijft, spreekt men van amenorrhoe. Amenorrhoe bestaat altijd gedurende de geheele zwangerschap en in vele gevallen tijdens de zoogperiode; over deze physiologische amenorrhoe zal hier verder niet gesproken worden.

Sluiten