Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer niet tevens ijzer wordt gegeven. Verder vonden wij vrij vaak een leucopenie met relatieve lymphocytose.

Bij de ziekte van Basedow is het aantal witte bloedlichaampjes meestal verminderd en bestaat tevens een meer of minder sterke relatieve lymphocytose; eosinophilie kan voorkomen, doch is zeldzaam. Kocher, die dit bloedbeeld het eerst beschreef, meende hiermede een zeer standvastig symptoom der hyperthyreoidie gevonden te hebben. Dit is later gebleken niet zoo te zijn. Ook wij troffen onder 46 gevallen van hyperthyreoidie in 27 gevallen een leucopenie aan, van minder dan 5000 witte cellen per mM3 met een lymphocytose van meer dan 30 %. Daarbij bleek geen verband te bestaan tusschen den ernst der aandoening en het bloedbeeld. Soms verbetert het bloedbeeld na de strumectomie, doch niet in alle gevallen. Bij atoxisch struma kan een dergelijk bloedbeeld eveneens nu en dan worden waargenomen. Trouwens hierboven werd reeds een soortgelijke formule bij hypothyreoidie beschreven. Het aantal roode bloedlichaampjes is bij de ziekte van Basedow meestal normaal, of in geringe mate verminderd. Nu en dan komt een hypochrome anaemie voor, welke waarschijnlijk verband houdt met de bij de ziekte vrij regelmatig aangetroffen achylia gastrica (Vedder). IJzer en zoutzuur, mits in voldoende hoeveelheid toegediend, veroorzaken een prompte genezing van deze bloedarmoede.

Het aantal vitaal gekleurde, jeugdige erythrocyten is bij de ziekte van Basedow vrij vaak verhoogd, ook al bestaat er geen of geringe anaemie. Dit zou volgens sommigen als teeken van een verhoogden bloedaanmaak mogen worden opgevat. Vermelding verdient verder de nu en dan waargenomen vergrooting van de doorsnede der roode bloedlichaampjes bij hyperthyreoidie. Het is hier ook de plaats om de proeven van H. Zondek en anderen te noemen, welke na toediening van thyreoidpraeparaten bij dieren en patiënten een vermeerdering van het aantal erythrocyten konden vaststellen. Ook zijn

Sluiten