Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er clinici, welke meenen, dat bij de behandeling der „essentieele" liypochrome anaemie de toediening van ijzer met schildklierpoeder betere resultaten zou geven, dan ijzer alleen. Dit zijn dus enkele aanwijzingen voor de mogelijke beïnvloeding van het beenmerg door de schildklier, welke zonder twijfel onze aandacht verdienen. Dat hiermede echter nog niet bewezen is, dat het tot de specifieke functie van het schildklierhormon behoort, om de werkzaamheid der bloedbereidende organen aan te zetten, werd hierboven reeds besproken.

De ziekten van de bij schildklieren gaan niet met bijzondere afwijkingen in de morphologische samenstelling van het bloed gepaard. Bij hevige tetanische krampen komt (evenals bij epilepsie) een voorbijgaande polycythaemie voor; waarschijnlijk berust deze op contractie van de milt, als reactie op het zuurstofgebrek tijdens de krampen.

Bij de ziekte van Addison gelijkt het bloedbeeld op dat der schildklieraandoeningen. Anaemie (de gegevens omtrent den index loopen nogal uiteen) met leucopenie en relatieve lymphocytose zijn, hoewel niet standvastig, vrij vaak aanwezig.

Bij tumoren van de bijnierschors (z.g. interrenalisme) wordt het congestieve uiterlijk van de meestal vrouwelijke patiënten, deels verklaard door de verwijding van de fijne huidvaatjes deels door de af en toe bij deze ziekte voorkomende polycythaemie. Meestal bestaat daarbij tevens een lichte leucopenie. In één geval vonden wij bovendien het bloedvolume matig verhoogd. Alweer moeten wij in suspenso laten, of door deze bevindingen een specifieke invloed van het bijnierschors-hormon op het bloed wordt bewezen.

Bij acromegalie vonden wij één keer een anaemie van het hypochrome type, welke prompt op ijzer reageerde. Standvastige afwijkingen in het bloed schijnen overigens bij deze ziekte niet voor te komen, evenmin als bij de dystrophia adiposo-genitalis.

Bij het syndroom van Cushing (waarschijnlijk veroorzaakt

Sluiten