Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. Endocrine stoornis en hypertrophische tonsillen. Bij een rij van uiteenloopende aandoeningen van de endocrine klieren treden opvallende hypertrophieën op, b.v. bij myxoedeem en cretinisme, bij morbus Basedowi, (ook echter b.v. bij mongoloiede idiotie). Bij morbus Basedowi kan men nogal eens teruggang van de verschijnselen zien na tonsillectomie, indien deze door chronische resp. herhaaldelijk recidiveerende tonsillitis aangewezen is (eigen waarnemingen, Halle 1932, Frazer). Het ligt dan voor de hand eer aan een schadelijken invloed van de ontsteking, dan aan een endocrine wisselwerking te denken.

d. Hormonale functies van de tonsillen.

Over de functie van de tonsillen resp. het adenoiede weefsel in den pharynx („Eachenring" van Waldeyer met als centra de tong-, verhemelte-, neus- en keel-amandelen) weten wij weinig. De vroegere „kiemcentra" heeten nu „reactie-centra" en zijn het gevolg van een pathologischen prikkel (Hellman). Er is aangetoond, dat er geen toevoerende, alleen afvoerende lymphwegen zijn (Schlemmer); de stofwisseling is zeer sterk (Lüscher 1926); er gaan leucocyten door het intacte epitheel (Stöhr). Yan het wegnemen van de amandelen zien wij geen nadeel, dan misschien een grootere neiging tot ontsteking van larynx, trachea en bronchi (waaruit men tot een zekere afweer-functie zou kunnen besluiten). Men troost zich over het gebrek aan inzicht door te zeggen, dat er na tonsillectomie en adenectomie nog genoeg adenoied weefsel overbüjft. Vast staat nog, dat het adenoiede weefsel eerst na de geboorte tot volle ontwikkeling komt en na de puberteit geleidelijk verdwijnt. Iedere verklaring zal daarmee rekening moeten houden. Vosz (1929) besloot evenals reeds in 1891 Harrison Allen, op grond van de klinische waarneming van het „opbloeien" van de kinderen na tonsillectomie, tot een groei-remmende functie.

Sluiten