Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

casuistiek en bijzonderheden nader interesseert doet het best om o.a. de artikelen van Strandberg en van Mayr benevens het boek van Stümpke te lezen, waarin men dan veel wetenswaardigs zal vinden en waar men ook een meer of minder uitgebreide opgave der literatuur

kan aantreffen.

Feitelijk kan het ons niet verwonderen, dat bij de te bespreken groep van dermatosen zoo weinig houvast verkregen is. Want ten eerste kan men die huidziekten nóch exprimenteel bij dieren nöch bij den mensch verwekken om ze zoo voor stelselmatig onderzoek toegankelijk te maken. En van den anderen kant zijn ons geen onderzoekingsmethoden bekend, die ons in staat stellen om met zekerheid vast te stellen of bij bepaalde dermatosen de functie van een of meer endocrine klieren vermeerderd

of verminderd is.

Ten slotte komen identieke of althans sprekend op elkaar gelijkende huidafwijkingen bij verschillende ziekten voor; dat zij van endocrinen oorsprong zijn is slechts hoogst zelden, zoo ooit, met zekerheid te zeggen. Het is bijvoorbeeld een zeer voor de hand liggende gedachte, dat het leucomelanoderma syphiliticum door op lues berustende stoornis van de bijnier resp. het chromaffine stelsel veroorzaakt kan worden; ook bij de vitiligo dringt de gedachte aan stoornis van deze organen zich bij oppervlakkig nadenken op. Gaat men iets dieper op de zaak in, dan geraakt men dadelijk in moeilijkheden en het blijkt, dat men het te verlangen bewijs niet vermag te leveren, en derhalve niet boven de leege mogelijkheid uitkomt. Weissenbach en Dreyeus vermelden, dat zij slechts één geval van syphilis van de bijnier kennen in de secundaire periode, waarbij spirochaeten in situ aangetoond werden; wel bestond er hyperpigmentatie, maar de zieke verklaarde altijd een bruine huid gehad te hebben; het beeld van de ziekte van Addison was althans zeer weinig ontwikkeld.

Het komt voor, dat een complex van verschijnselen als kenmerkend voor een endocrine stoornis van bepaalden

Sluiten