Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

organen, hetzij door toediening van hormonen, stoornissen, zooals ze zich op hoogen leeftijd voordoen, uit den weg te ruimen of te voorkomen.

Hoe meer het individu baat vindt bij zekere therapeutische maatregelen, des te meer zal het geneigd zijn, deze te beschouwen als middel ter afweer van den ouderdom

of zelfs ter verjonging.

Een onvermogen, dat men zoo vaak in de geneeskunde aantreft, om scherp begrippen te formuleeren, is ook hier schuld, dat men bij voorbaat proeven in deze richting als onwetenschappelijk afwijst. Dat hieraan vaak de onderzoekers zelf en de medici, die deze therapeutische maatregelen propageeren, als ook de leekenpers, die voorbarige en overdreven berichten hierover lanceert, schuld hebben, kan niet worden ontkend. De weerstand wordt nog verhoogd, doordat verreweg de meeste experimenten zich op sexueel gebied afspelen. Dit spreekt ook vanzelf, daar, zooals wij in het eerste deel reeds kort hebben besproken, het juist de morphologische en functioneele veranderingen van de geslachtsorganen zijn, die zich als ouderdomsverschijnselen manifesteeren.

Bij de beteekenis der sexualiteit voor het individu, lag steeds de gedachte voor de hand, dat de sexueele achteruitgang niet een „gevolg" is van het oud-worden, maar omgekeerd als zijn „oorzaak" moet worden beschouwd. Kon men dezen sexueelen achteruitgang beletten,dan zouden ook de andere ouderdomsverschijnselen meer of minder uitblijven. Dat werkelijk een deel van deze ouderdomsverschijnselen echte „uitval''verschijnselen zijn en wel van den kant van de nog aanwezige, maar niet meer zeer werkzame kiemklier, is uit vele waarnemingen duidelijk gebleken. Het verouderde lichaam en het gecastreerde organisme vertoonen veel punten van overeenkomst. Door transplantatie werd immers de gecastreerde haan weer „jeugdig." Het is ook geen toeval, dat de leer dei interne secretie juist zijn oorsprong vond in proefnemingen met de mannelijke kiemklier, ofschoon het nadien nog

Sluiten