Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodzakelijk is voor het vellen van een positief oordeel. Het gevolg hiervan is, dat het menformongehalte van de urine de zwangerschap pas aantoont nadat deze reeds op grond van palpatie is bewezen. Bovendien is een verhoogde menformonspiegel niet bewijzend voor zwangerschap (hyperhormonale amenorrhoe, beginnend climacterium).

Het is nu de groote verdienste van Aschheim en Zondek er het eerst op gewezen te hebben, dat ook het gehalte aan gonaclotroop hormooncomplexJ) in de urine tijdens zwangerschap zeer sterk stijgt, en wel heel snel, binnen een week na de verzuimde menstruatie. Een week na het uitdrijven van de vrucht behoort het peil weer normaal te zijn; zoo niet, dan moet aan achtergebleven actief chorionweefsel gedacht worden.

In de urine van zwangere vrouwen (en apen; niet van andere zoogdieren!) bevinden zich stoffen, die in staat zijn de jeugdige gonade van met deze urine of daaruit vervaardigde extracten behandelde dieren van beide geslachten te doen rijpen. De naam gonaclotroop doelt hier op. Yan complex spreken wij, omdat algemeen de zoo te verkrijgen werking wordt toegeschreven aan minstens 2 stoffen. Bij het vrouwtje verzorgt de zgn. A-factor de rijping van de follikels (en de daarbij plaats vindende menformonproductie), terwijl de B-factor uit de follikels corpora lutea maakt en deze aanzet, tot vorming van progestine. Hoe beide factoren de rollen verdeelen bij het aanzetten van jeugdige testikels is nog niet eenstemmig opgelost. Aschheim en Zondek gebruiken nu jonge vrouwtjesmuizen van 6—8 gr., wier ovaria spontaan holtenlooze follikels bevatten en geen corpora lutea. Spuit men deze dieren onder nader te noemen voorzorgen bepaalde hoeveelheden zwangerenurine resp. daaruit bereide

*) Dat dit gonadotroop hormooncomplex niet, zooals zij meenden, uit de hypophyse, doch uit de placenta stamt, en in werking zelfs van hypophysehormoon aanzienlijk verschilt, doet noch aan hun verdienste, noch aan de bruikbaarheid van hun criterium af.

Sluiten