Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

extracten in, dan geschiedt binnen eenige dagen het volgende:

1°. Vele follikels beginnen een voortijdige rijping; zij worden grooter en vormen een holte. Een of meer ervan voltooien deze rijping zoodanig, dat van het granulosaepitheel niets meer over is dan een dunne wandbekleeding en een ommuring van het randstandige ei (cumulus oöphorus).

2°. Sommige dezer follikels (1 of meer) gaan over in luteïnisatie, kenbaar o.a. aan het ingroeien van bindweefsel en bloedvaten vanuit de theca (radiaire structuur!) en het protoplasma-rijker worden der granulosacellen. Het merkwaardige daarbij is, dat slechts bij uitzondering deze luteïnisatie door een ovulatie wordt voorafgegaan; de oorzaak hiervan is even onbekend als de oorzaak van de ovulatie zelf. Men kan slechts gissen, dat de overhaasting waarmee het geheele kunstmatige proces zich afspeelt een ovulatie bemoeilijkt. Het practischc gevolg is echter, dat de eieren in de corpora lutea ingesloten blijven („corpora lutea atretica") wat hen ten overvloede onderscheidt van een, bij dit lichaamsgewicht overigens niet voorkomend, spontaan ontstaan corpus luteum.

3°. Andere dezer follikels gaan roode bloedlichaampjes bevatten. Het mechanisme hiervan is duister daar een aantoonbare scheur in den wand ontbreekt. Het verschijnsel kan in alle graden aanwezig zijn. Nu eens beperkt het zich tot enkele erythrocyten verstrooid in het follikelvocht, dan weer (en vaker!) is de geheele follikel met bloed gevuld. Men heeft redenen deze „bloedpunten" op de werking van den B-factor terug te brengen.

Volgens Aschheim en Zondek is nu een bepaalde rijkdom aan B-factor kenmerkend voor de urine van zwangeren. Het blijve hier in het midden in hoeverre voor het tot uiting komen van de B-werking een zeker minimum aan A-factor noodzakelijk is. Voor de zwangerschapsreactie is dat zonder beteekenis, daar ook het A-gehalte steeds verhoogd is. Een uitsluitende verhooging

Sluiten