Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. SPECIAAL GEDEELTE

I. EPIPHYSE (glandula pinealis, pijnappelklier)

Toevallig beginnen wij met dat orgaan, waarover het minste bekend is. Een therapeutisch werkzaam preparaat is hieruit niet bereid. Men vindt enkele aanwijzigingen van klinische zijde en op grond van experimenten, dat de epiphyse normaliter een remmenden invloed uitoefent op de ontwikkeling van de kiemklieren. Door experimenten van Loewe en van Fleischer en Goldhammer over remming van de bronst en door de nieuwste onderzoekingen van Engel over tegenwerking van het gonadotrope hormoon bij knaagdieren, wordt deze opvatting ondersteund.

HEPAR (lever)

Hoofdzakelijk gebruikt bij hyperchrome anaemieën, vooral anaemia perniciosa (Addison-Biermer). Deze ziekte draagt, sedert het mogelijk is geworden, de werkzame bestanddeelen van groote hoeveelheden lever, van 500 en zelfs 1000 g, aan een patiënt te geven, den naam perniciosa niet meer met recht, en de zeer gevreesde hiermede in verband staande strengziekten hebben iets van het „ongeneeslijke" verloren. Ook bij Indische en bij de niet-tropische spruw, bij Pellagra en tal van andere ziekten, werkt dit preparaat uitstekend. Bij secundaire hypochrome anaemie heeft het over het algemeen geen succes, hoewel in enkele mededeelingen gunstige ervaringen worden gemeld met en zonder combinatie met ijzerpreparaten. In het begin van de levertherapie tegen pernicieuze anaemie werden hoeveelheden lever gegeven van 150 g en nog meer, op verschillende wijzen bereid, mits verwarming langer dan gedurende enkele minuten werd vermeden (Whipple,

Sluiten