Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

insuline, in verband met het diëet, wordt het best aan een specialist toevertrouwd. De practicus kan dan volstaan met er over te waken, dat de voorgeschreven hoeveelheid insuline toegediend wordt, b.v. verdeeld over 3 injecties dagelijks, \ tot H uur vóór den maaltijd. De insulinebehandeling bij diabetes wordt strikt noodzakelijk, indien er complicaties, vooral van chirurgischen aard, bestaan en bij dreigend of bestaand coma. Bij coma geve men zonder aarzelen groote hoeveelheden insuline (50 tot 100 E. ineens), doch men lette er op, dat de patiënt niet ongemerkt uit een diabetisch coma in een hypoglycaemisch coma komt. De tolerantie van den patiënt, en dus zijn behoefte aan insuline, kan in den loop van den tijd veranderen (geleidelijke verbetering of verergering van de ziekte), vooral echter onder den invloed van zwangerschap, partus en acute infectieziekten, zelfs van kleine storingen, als neusverkoudheid, enz. De tolerantie kan vooral tijdens de zwangerschap verbeteren (insulineproductie van het foetus) en na den partus weer slechter worden.

2e. Insuline bij andere ziekten dan diabetes. Behalve bij diabetes, wordt insuline bij een aantal andere indicaties toegepast.

a. Mestkuren. (Zie Magerzucht door Dr. Steensma).

b. Hyperemesis gravidarum: 5 tot 10 eenheden per keer, 2 a 3 injecties per dag, bij voorkeur met ruimen toevoer van suiker per os of door injectie.

c. dreigende en reeds uitgebroken eclampsie: 5—20 eenheden en glucose intraveneus.

d. Acetonaemie, in het bijzonder acetonaemisch braken van kinderen-, 5 eenheden per keer en suiker per os, of liever intraveneus of per rectum vóór de insulineinspuiting.

e. Leverziekten. Bij aandoeningen van het parenchym der lever, icterus catarrhalis subacute en acute gele atrophie; bij voedselweigering kan insuline uitstekende diensten bewijzen. (10 tot 20 eenheden per keer, met suiker per os of intraveneus).

f. Postoperatieve atonie van den darm. Insuline kan wor-

Sluiten