Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der liggende vezels van haar centraal uiteinde af aan weder worden opgeslorpt, en, korter geworden, zich naar den rand van haar segment wenden. Zoo bestaat elk segment uit vezels, waarvan de middelste tot aan de pool der lens reiken, maar de zijdelingsche des te vroeger eindigen, naarmate zij digter bij den rand van het segment liggen. Ilij houdt het vlakker worden der lens op hoogeren leeftijd voor het gevolg dezer van het centrum uitgaande resorptie. Yoor het overige staan ook de bijkomende spleten van de beide vlakten der lens niet tegen elkander over, en Husciike houdt daarom alle vezels voor.even lang, omdat de langste, dat zijn de middelste van een voorst segment, wanneer zij op de achtervlakte overgaan, de buitenste, derhalve de kortste van een achterste segment worden.

Yan het glasachtig ligchaam weten wij niets verder, dan uit het eerste, ruwe onderzoek blijkt. Dat het grootendeels uit vloeistof bestaat, ziet men bij de scheuring of insnijding van hetzelve, en dat de vloeistof in vliezige vakken zou ingesloten zijn, maakt men daaruit op, dat er bij de insnijding telkens slechts een gedeelte der vloeistof wordt ontlast, en het ijs zich bij bevriezing slechts in afzonderlijke schubjes vormt. Het vlies is echter niet te praepareren, noch aan den buitensten omtrek, noch van binnen, noch in de ronde groef, wanneer men er de lens heeft uitgenomen ; of er een van het mazenweefsel van het glasachtig ligchaam afgescheiden omhullingsvlies, eene hyaloïdea bestaat, is niet zeker (1).

(1) Brücke lieeft concentrische vliesjes aan liet glasachtig ligchaam van runderen en schapen beschreven, en ze later oolc aan bevrozene glasachtige ligchamen bereid; hij kon ze niet slechts aan de wegsmeltende ijsplaatjes opligten, maar ook door opblazen uitspannen. Afzonderlijke stukjes vertoonden onder het mikroskoop geene structuur, en van de draden, die volgens PiPPENDEiM's mcening het glasachtig ligchaam zouden doortrekken, kon niets door hem worden waargenomen.

Brücke heeft niet uilgemaakt, of de vliezen, die bet glasachtig ligchaam der zoogdieren doortrekken, zich allen van voren met de hyaloïdea vereenigen, dan wel of zij volkomen geslotene en in elkander ingeslolene zakjes vormen. Volgens IlAN.NOver (HIüiier's Archiv, 1845, v. 467) is dit laatste werkelijk het geval, waarvan men zich het ligtst aan paardenoogen, daarna aan de oogen van katten, honden, ossen en schapen, die eerst in chroimumzuur verhard zijn, kan o\ertuigen. Het glasachtig ligchaam daarentegen van den mensch, waarvan Brücke (Müller's Arcliir, 1815, p. 130) meldt, dat het even als dat der herkaauwende dieren gevormd is, is volgens IIanisover (MüUKR's Archiv, 1815,

Sluiten