Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In zeer versche oogen, wanneer het netvlies zich nog niet van het glasachtig ligchaam zuiver laat afnemen, kan men het binnenste, structuurlooze overtreksel van het eerste ook wel als het buitenste overtreksel van het glasachtig ligchaam aanzien; na eenige maceratie volgt het echter steeds de retina. In alcohol wordt de oppervlakte van het glasachtig ligchaam melkachtig; in water gekookt trekt het zich tot een klein, donker punt ineen (Berzelius). Dit coagulum is waarschijnlijk van vliezige deelen van het glasachtig ligchaam afkomstig. Brewster is van meening (2), dat de Mowches volantes schaduwen van draden zijn, die in de cellen van het glasachtig ligchaam drijven.

Het is ook niet anatomisch aan te toonen, dat de hyaloïdea aan den voorsten omtrek van het glasachtig ligchaam zich in twee bladen splijt, dat het eene blad onder de achtervlakte der lens heengaat, het andere de voorvlakte bedekt, en dat het kanaal van Petit tusschen den rand der capsula lentis en twee plaatjes van de hyaloïdea gevonden wordt. In elk geval moet men aannemen, dat de hyaloïdea in de buitenste lamelle, de zoogenaamde Zo-

467; op cene geheel cn al eigenaardige wijze zamengcstcld. Het bestaat namelijk, even als een sinaasappel, uit enkel sectoren, die de bogen naar buiten keeren, terwijl alle hoeken in de oogas bijeenkomen. Op eene loodregte doorsnede van een in chromiumzuur verbard oog merkt men eene menigte straalswijze strepen op, die de grenzen der sectoren zijn. De as, waarbeen zij convergeren, is, zoo als men vooral duidelijk bij pasgeborenen ziet, bet catialis hyalo ideus. waarin de arte/ia centralis loopt; verscheidene stralen, die dikker zijn dan de overige, gaan van dit kanaal uit. De hoeken der sectoren reiken intusschen niet geheel cn al tot aan de as; bet gedeelte van het glasachtig ligchaam, dat het digtst bij het kanaal ligt, is schijnbaar textuurloos, misschien slechts, omdat bier de sectoren te fijn worden, om te kunnen worden onderscheiden. hannover heeft aan 2 oogen ongeveer aan elk 180 sectoren geteld; hij wil niet bepalen, of elke sector zijne bijzondere wanden heeft, dan wel of elke twee eenen gemeenschappelijke wand bezitten; hij gelooft niet dat de sectoren van binnen door dwarswanden zijn afgedeeld. De hyaloïdea met de van baar uitgaande wanden vormt derhalve een vliezig skelet voor het vloeibare gedeelte van het glasachtig ligchaam, dat intusschen ook niet geheel en al waterig is, daar het in chromiumzuur-praeparaten eene geleiachtige dikte aanneemt. De wanden der sectoren zijn onder het mikroskoop doorschijnende, structuurlooze membranen, met een aantal kleine korreltjes bedekt, die slechts als een toevallig nederslag te beschouwen zijn. V&RT.

(2) VInstitut, N°. 370.

Sluiten