Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heb gescheiden en op die wijze als een overtrek der kapsel heb verkregen, hoewel dit allezins ligt mogelijk is en dikwijls aanleiding gegeven heeft, om aan den voorsten kapselvvand bloedvaten toe te kennen ; het zou mij anders hebben moeten gelukken , in oogen van zoo gevorderden ouderdom de vaatlaag van de eigenlijke stijve kapsel op te ligten ; ook spreekt daartegen de eigenaardige vaatverspreiding, die vooral bij het menschen-foetus van de rangschikking der vaten in het pupillair vlies zeer verschilde. Terwijl de stammetjes namelijk van de achtervlakte op de voorvlakte overgingen , scheidden zij zich op den grootsten omvang der lens in afzonderlijke, smalle bundels, waartusschen ledige ruimten overbleven, en kwamen alsdan aan den buitenrand der voorvlakte door anoslomosering weder grootendeels bijeen; zij lieten slechts drie in het voorste middelpunt aan elkander rakende openingen over, die de gedaante der driehoornige openingen tusschen de vezels in de'voorvlakte der lens nogmaals vertoonden. Het pupillair vlies heeft een tamelijk gelijkvormig vaatnet met groote mazen ; in deze kapsel echter gingen de vaten nagenoeg evenwijdig tot op het midden en de anastomoserende takken onder zeer scherpe hoeken van het stammetje af; de buitenste en kortste van elk driehoekig veld, tegenover de punten der driehoornige figuur, bogen in elkander om; de middelste en langste schenen in het middelpunt door een zeer fijn haarvatennet met elkander verbonden. Aan eene lens waren de vaten der voorvlakte veel talrijker dan die der achtervlakte, waaruit men het besluit trekken moet, dat ook dit capillairstelsel, even als dat van den capsulo-pupillair zak, toevoer dooide zonula Zinnii ontvangt.

Naar builen van het capsulo-pupillair vlies heeft Reich (1) nog een vaat- en structuurloos vlies gezien, dat van de zonula Zinnii naar de achtervlakte der uvea ging'; een eveneens vaatloos, maar uit korreltjes zamengesteld vlies, dat zich van de zonula Zinnii tot aan de uvea uitstrekte, werd door Yalentin (2) gevonden. Valentin vermoedt, dat zijn vlies naar buiten op dat van Reicii ligt; het is echter mogelijk, dat beide identisch, of liever ver-

(1) t. a. p. p. 37.

(2) t. a. p. S. 320. Entwickelungsgesoh. S. 200.

Sluiten