Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn, dat zij op veie plaatsen in zulke draden, kernvezels, veranderd worden en ineenloopen, doch op andere op vroegere trappen van metamorphose blijven slaan. Ik geloof zelfs eenige malen door behandeling met azijnzuur eene onverdeelde kernvezel in afzonderlijke, in de lengte naast elkander liggende korreltjes verdeeld te hebben , en het azijnzuur lost hier misschien de intermediaire, nog niet vastgewordene zelfstandigheid der draden evenzoo op, als zij de kernen der etterbolletjes in de afzonderlijke elementaire korreltjes splitst, die zich later onafscheidelijk met elkander verbinden.

Aan den anderen kant gaan de eerst genoemde spiraaldraden in eene andere, eigenaardige soort van vezels over , welke zich in massa tot vorming van die deelen aaneenvoegen, die onder den naam van «elastisch weefsel" worden zamengevat. Eene meer naauwkeurige beschrijving van deze vezelen zal in het volgende hoofdstuk worden gevonden; hier wil ik slechts vermelden, dat op zekere plaatsen, b. v. in de huid, de wei- en slijmvliezen en in het bindweefsel, dat de elastische banden en vliezen en de vaten omgeeft, vezels voorkomen, die op dezelfde wijze loopen als de interstitiële kernvezels, met dezelfde donkereen scherpe omtrekken, even zoo onveranderlijk in azijnzuur, die zich zeer duidelijk plat voordoen, dikwijls afwisselend dikker en dunner zijn, omdat zij nu eens de breede, dan weder de smalle oppervlakte naar boven keeren, en die zich van de kernvezels in de eerste plaats slechts onderscheiden door hare grootere doormeting , en vervolgens daardoor, dat zij zich hier en daar gaffelvormig verdeelen en ook kortere takken afgeven , die alsdan ringvormig omwonden zijn. Deze vezels zijn reeds zonder behandeling met azijnzuur ligt te onderkennen.

Uit de beschrijving van de bijzondere soorten van bindweefsel, die wij nu laten volgen, zal blijken, dat er zich op de verschillende plaatsen, waar het voorkomt, ook vrij standvastige verschillen in de vorming der kernvezels vertoonen. Eenigermate laat zich reeds bij de beschouwing met het ongewapende oog uit de wijze, waarop het bindweefsel zich ten opzigle van het azijnzuur gedraagt, tot de hoeveelheid en dik le der kern vezels besluiten. Uet bindweefsel wordt des te doorschijnender en geleiachtiger, naarmate het minder spiraaldraden in zijne zamenstelling opneemt.

liet bindweefsel vult óf de onregelmatige ruimten tusschen de

Sluiten