Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelf, dat deze cellen niets gemeen hebben met het eigenlijke celvlies, dat hel vloeibare vet als cel-inhoud onmiddellijk omgeeft.

De grenzen tusschen vormloos en gevormd bindweefsel mogen niet scherp getrokken worden. Waar het bindweefsel twee vlakten met elkander verbindt, b. v. de ondervlakte der cutis en de bovenvlakte eener spier of de naar elkander toegekeerde vlakten van twee spieren , kan het gemakkelijk als vlies bereid worden ; op deze wijze zijn er eene menigte van zoogenaamde fasciën ontstaan en kunnen er nog dagelijks nieuwe beschreven worden. Werkelijk worden er ook in sterke ligchamen duidelijk afgescheidene en glinsterende vliezen om spieren of groepen van spieren gevonden, die bij zwakkere voorwerpen slechts met lagen van vormlooze bindstof overtrokken zijn. In den hilus of de porla der lever is het bindweefsel, dat de leverbuizen, de vaten en zenuwen omkleedt, slap vormloos; maar het verdikt zich aan de vaten tot een vast vlies, de ccijpsula Glissonii, zoodra deze in de vaste stof der lever ingaan. De tunica vaginalis communis is niets anders dan vormloos bindweefsel om ballen en zaadstreng. Zoo gaat ook nagenoeg overal, waar vaten en zenuwen door de weeke deelen heen loopen, het slappe bindweefsel der tusschenruimten allengs in de vaste vaat- en zenuwscheede over, en het slappe onderhuids- en onderweivlies-bindweefsel gaat allengs naar de oppervlakte toe in cutis en weivlies over.

De levenseigenschappen van het vormlooze bindweefsel zijn weinig bekend ; zijn rijkdom aan vaten en zenuwen is zeer verschillend, naarmate van de organen, wier tusschenruimten het aanvult. In het algemeen echter is het rijker aan vaten, dan de orgaandeelen zelve en de eigenlijke drager der vaten, die in het bindweefsel tusschen de fijnste deeltjes der organen netten (1) vormen. Of het zamentrekbaar is, is moeijelijk uit te maken.

Het gevormde bindweefsel komt voor in vliezen, schijven, blaasjes of strengen, die meestal een vezelig aanzien, eene gladde en des te meer glinsterende oppervlakte bezitten, naarmate de vezelbundels meer in ééne rigting en digter opeen liggen. Zijne phy-

(1) Eene afbeelding der valcn in hel bindweefsel tusschen de buikspieren geeft IiLll'lA.N'D . Icones anatomio-plnjsiol. 'J'ab. V . fig. 1.

Sluiten