Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnenste laag der sclerolica bestaat uit vezels, die niet in bundels vereenigd zijn, door menigvuldige doorkruising een netwerk vormen, met belangrijke tusschenruimten, die met een vast, maar structuurloos vlies schijnen opgevuld. Zij bezitten de dikte en de optische kenmerken der bindweefseliibrillen, maar schijnen stijver en vaster te zijn, plooijen zich niet, en zijn niet oplosbaar in azijnzuur (PI. II, fig. 9). Daartusschen liggen celkernen, die ook voor een gedeelte in de vezels schijnen over te gaan.

b. Van hetzelfde maaksel als de duro, maler, is het fibreuze vlies, dat de borstholte van de buikholte scheidt, en aan de dwarse spierbundels, die van de wervelkolom en de ïibben hunnen ooisprong nemen, tot punt van inplanting dient, het centrum lendineum van het middelrif. Naar de beide hollen toe is het met eene laag van weeker bindweelsel overdekt, waarin zich taliijke vaten verspreiden. Deze laag met haar epithelium vormt het sereuze overtreksel van het middelrif; bovendien hangt het aan den hiatus oesopliageus en het foramen quadrilaleruin met het bindweefsel, dat de daardoor gaande kanalen omgeeft, en naar boven ook met het fibreuze hartezakje, onafscheidbaar zamen.

c. Het trommelvlies en de membrana tijmpani secundaria zijn fibreuze vliezen, waarover aan beide vlakten de opperhuid der holte heengaat, waarnaar de vlakten zijn toegekeerd.

(I. Het weefsel der klapvliezen in de aders, de watervatenen het hart bezit met het weefsel der fibreuze vliezen de grootste overeenkomst, reeds door deszelfs glinsterend, wit, vezelig aanzien, en door deszelfs mikroskopische eigenschappen. Zie Vaten.

e. Het neurilema is even als de overige fibreuze deelen gevormd, en hangt op de plaats, waar de gezigtszenuw in den oogbol treedt, onafgebroken met het fibreuze vlies van den oogbol zamen. Deszelfs weefsel onderscheidt zich slechts van dat der pezen door mindere vastheid en door de eigenschap, dat het minder scherp van het lossere en vormlooze bindweefsel is afgescheiden, hetwelk aan den eenen kant de tusschen ruimten, waar door de zenuwen loopen, aanvult, aan den anderen kant ook tusschen de afzonderlijke, tot eene zenuwstreng verbondene bundels indringt, lusschen de piimitiefbundels van het neurilema komen de kernvezels ongeveer in gelijken getale als tusschen de bundels der dura maler voor.

Sluiten