Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voudig, op zichzelven gesloten overtreksel. Het overtreksel is voor het ongewapend oog eigenaardig gekenmerkt door zijne gladheid en glans, alsmede door eene eigenaardige soort van afscheiding, waarover later sprake zijn zal, en die wij voorloopig met den naam van sereuze afscheiding zullen bestempelen. Aan de eenvou¬

digste holten, b.v. in een gewricht, laat zich daarom het overtreksel vervolgen. Het kan worden aangetoond, hoe hetzelve het kraakbeen a verlaat, om op de binnenvlakte van de fibreuze kapsel b over te paan. Zoo gaat het ook op de plaats, waar een

tot nog toe door vormloos bindweefsel rondom bevestigd ingewand,

b.v. een darm, in eene geslotene noite van het ligchaam treedt, van de buitenvlakte van den darm op de binnenvlakte van den ligchaamswand over. Men stelle zich in de hiernevens geplaatste doorsnede in a den ligchaamswand, in c den darm voor, dan zijn beide van het begin tot het einde door vormloos bindweefsel b b aaneengehecht; in het midden echter, waar de darm in de holte treedt, zijn beide met het eigenaardig gekenmerkte epithelium d bedekt, waarvan men zich voorstellen kan, dat het

van boven en onderen van het eene weefsel op het andere overgaat. Zoo als hier aangeduid is, kan daarbij ook zoo wel over den ligchaamswand, als over den darm eene laag bindweefsel onder het epithelium geplaatst zijn. In beide lagen zijn haarvaten bevat, die op de plaatsen, waar zich de bindweefsellaag in twee platen verdeelt, met elkander zamenhangen.

De onafgebrokene zamenhang van het epithelium-overtreksel heeft intusschen tot het aannemen van een eigenaardig gevormd vlies, dat de holte bekleedt, geene aanleiding kunnen geven, daar deze eigenschap zich lot in den jongsten tijd aan de waarneming heeft onttrokken. Vroeger kon reeds den onafgebroken zamenhang der haarvaten daartoe leiden, toen men een vlies als drager van het vliesvormig uitgespreid haarvatennet beschouwde en vond, dat dit net

Sluiten