Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de fibreuze gewrichtskapsel verbonden is, vaatrijker dan dat, hetwelk het kraakbeen overtrekt, en bij volwassenen schijnen aan het laatste de bloedvaten geheel en al te ontbreken. In de pezen loopen zij in het losse bindweefsel tusschen de bundels; in de dura maler hoofdzakelijk aan de buitenzijde, die het beenvlies van den schedel vormt. Over de vormen der bloedvatennetten vergelijke men het hoofdstuk over het haarvatenstelsel. Ook omtrent de watervaten moet ik naar de plaats verwijzen, waar over deze organen zal gesproken worden.

Van de hier bijeen vermelde weefsels zijn de pezen geheel en al ongevoelig; niemand heeft er ook zenuwen in waargenomen. Aan eenige fibreuze vliezen zijn zenuwen aangetoond; doch ook daarvan is het twijfelachtig, of zij wel in de zelfstandigheid deivliezen eindigen (1). In de dura mater zijn het takken van den iierv. trochlearis, dikwijls in verbinding met eenen belangrijken tak van den plexus carolicus, die tusschen de platen van het harde hersenvlies in die plooi van hetzelve loopen, die van het processus clinoideus poslerior tot aan de punt van het rotsbeen uitgespannen is, en naar den sinus transversus zich voortzetten (2). Volgens Auxold verliezen zij zich in het binnenste vlies van dezen aderboezem (3). Vrij belangrijke zenuwen gaan naar de fibreuze gewrichtskapsels toe, met name naar die der knie; hare eindtakken zijn echter nog niet bekend. In het beenvlies zijn zij twijfelachtig. Volgens Fontana (4) gaan van het spierachtige gedeelte des middelrifs zenuwen in het pezige gedeelte over, zonder zich daarin verder te verspreiden (?). In geen geval kan echter het aantal deizenuwen in de fibreuze deelen belangrijk zijn; daarvoor pleit reeds de gevoelloosheid dezer deelen. In de choroïdea zullen, zoo als Krause opgeeft (5), takjes der nervi ciliares dringen, gedeeltelijk

(1) Bidder , Neurolog. Beabachtungen. Dorp. 1836, S. 9 en vol;;.

(2) Kopftlieil il. veget. Nervensysterns. Ileidelb. 1831, S. 200.

(3) Pappenheim (Comptes rendus, 1844, T. XIX, N°. 11) meent, dat de zenuwen in de fibreuze weefsels talrijker zijn, dan men tot nog- toe geloofde; zij zouden hoofdzakelijk de kleine slagaders vergezellen, en lissen en vlechten vormen. Vert

(4) Viperngift, S. 383.

(5) A»at. I, 412.

Sluiten