Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willekeurige sympathisch kunnen zamenwerken. Kippenvel, oprigting der borsttepels enz. doen zich in de koude, op het vernemen van onaangename geluiden enz. voor. Tot de algemeene toestanden , die van uit het ruggemerg den tonus van het bindweefsel verhoogen, behoort met name vrees en schrik, en hier verbindt zich de zamentrekking der huid óf met kramp, of met verlamming van andere willekeurige en onwillekeurige spieren.

Door andere aandoeningen en door uitwendige aanwending van warmte wordt het bindweefsel slapper, hetgeen zich het duidelijkst aan de huid van het scrotum voordoet. Deze wordt alsdan volmaakt glad en ongeschikt om het gewigt der ballen te dragen en deze, volgens hare bestemming, te ondersteunen. Verslapping van het bindweefsel stelt zich ook in zekere naar verlamming gelijkende en in zwakte-toestanden in, to gelijk met algemeene spierzwakte, een bewijs te meer, dat de normale tonus van het bindweefsel niet het gevolg van eene bloot phvsische elasticiteit is. De corpora cavernosa worden slap na doorsnijding van de nervi dorsales penis, zoodat bij paarden de roede bloedrijker wordt, en uit het praepulium te voorschijn treedt, zonder voor oprigting geschikt te zijn (1).

Dat de zamentrekkingen van het bindweefsel, even als die der spieren, van het zenuwstelsel afhangen, blijkt uit de zoo even opgenoemde feiten. Ook ontbreekt het niet aan zenuwen, die zich naar de huid en de tunica dartos begeven. Of deze echter wel tot het bindweefsel behooren , of welke daarvan, hoe zij zich in hetzelve verspreiden, in welk verband zij met andere bewegingszenuwen en met de gevoelszenuwen staan, is nog niet door feiten uitgemaakt; hetgeen zich daaromtrent laat vermoeden, zal ik bij het zenuwstelsel mededeelen.

Omtrent het eerste ontstaan van het bindweefsel heeft Schwann het volgende medegedeeld (2). In eene geleiachtige zelfstandigheid, het cytoblaslcma van het bindweefsel, vormen zich cellen in steeds grooteren getale, en hoe meer hare hoeveelheid toeneemt, des te

(1) GüntBer, Untersuchungen und Erfalirungen ini Geblete der Anatomie, Physiologie und Thierarsneikunde. Hannover 1837, S. 64.

(2) Mikrosk. Dnters., S. 133 en volg.

Sluiten